Jano van Gool

In de Pers

Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer
Prettig verzinken in de herinneringen van Thomas Verbogt - Je zou bijna elk boek van Thomas Verbogt (1952) kunnen o... - Bo van Houwelingen in: De Volkskrant lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Bouwplannen

Hoe gaat zoiets in een van de kantoorkamers van het Centraal Bureau van de Statistiek? Iemand kijkt naar buiten, naar het landschap dat zo doordrenkt is van de regen dat het bijna vloeibaar lijkt. Slokje van de bedrijfskoffie. Dan: “Jongens, zullen we eens onderzoeken of de Nederlander sinds 1981 langer is geworden?” (Er werken daar niet alleen jongens, maar ook meisjes, het is alleen maar een manier van zeggen!) Misschien was dat wel de gang van zaken, want het is inderdaad onderzocht.
Wat blijkt, hebben we gelezen: mannen zijn 3,8 cm langer geworden, vrouwen 1,5 cm. Ook zwaarder: mannen gemiddeld 9 kilo, vrouwen 7. Met dat laatste resultaat is iets te doen. Er kunnen nog meer waarschuwingen komen op ons gewicht te letten. Deze tijd (donkere dagen, feestmaand) is er bij uitstek geschikt en gevoelig voor. Of het helpt, is niet helder te zeggen. Ik vind het best veel, 9 kilo en 7 kilo. Ik ken ook mensen bij wie dat er in al die jaren niet is bij gekomen. Zelf kan ik me daar helaas niet toe rekenen.
Wat doen we met het lengteverschil? Het is niet veel, maar het is er. Het onderzoek is toch niet voor niets verricht, neem ik aan. Verandert het bouwplannen? Doet de kledingindustrie er iets mee?
Een groot deel van mijn leven was ik lang. Toen ik puber was vroegen grappige medepubers: “Is het koud daarboven?” Ik had rare last van die lengte en liep vaak gebogen. Dat hield een paar jaar later op. Ik ging fier rechtop. Vond het ook makkelijk lang te zijn: je zag soms meer. Het was overigens niet extreem lang, 1.93, maar toch een lekkere lengte. 
Laatste jaren krimp ik. Ik merk het bij medische onderzoeken en verontschuldig me daarvoor en ook weer niet. “Alles wordt minder,” zeg ik.