Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Lekker

Altijd geef ik mezelf een opdrachtje mee. Als ik bijvoorbeeld naar de supermarkt loop, traject van een minuut of acht, wil ik het begin hebben van een lezing die ik overmorgen geef. Voordat ik door de huisarts word geroepen, moet ik in zijn wachtkamer de eerste twee zinnen van een column voor de krant klaar hebben. Dat soort dingen. Nog nooit heb ik me verveeld in mijn leven, maar ik geef me daar ook de kans niet toe. Zou ook een opdrachtje kunnen zijn: weten wat het is me te vervelen. Nee, toch maar niet, zonde van de tijd. Op de fitnessclub fiets ik in opdracht van de coach verschrikkelijk hard nergens heen. Hij heeft gezegd: `Dat gaan we twaalf minuten doen.’ Mooie tijdspanne. Ik denk bijvoorbeeld niet: waarom geen tien minuten of een kwartier? Nee, twaalf minuten. Ik ben bezig met het schrijven van een boek. Daarom is het eerste deel van een nieuw hoofdstuk mijn opdrachtje voor die twaalf minuten. Na een minuut of tien spat het zweet van mijn voorhoofd. Ik ben nogal op dreef met dat hoofdstuk. De coach komt informeren of het lekker gaat. Ik zeg dat het lekker gaat. De coach zegt: `Dan kom ik nu misschien met een teleurstellende mededeling, maar ja, het moet. Jij zult het niet leuk vinden, ik ook niet, maar ik heb het hier nu eenmaal voor het zeggen. We stoppen niet na twaalf minuten. We maken er twintig van.’ Hij zwijgt een paar tellen. Dat doet hij altijd als hij denkt dat iets goed tot me moet doordringen. Dan: `Ja Thomas, geef het maar even een plekje.’ Moet ik ook leren: omgaan met ontregeling.