Jano van Gool

In de Pers

lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt - Binnen één alinea van lachen naar huilen: lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt ★★★★★ ... - Katinka Polderman in: De Volkskrant lees meer
Vogel, met Bram van der Vlugt - Vijfentachtig is Bram van der Vlugt, bijna dan, maar zijn hoofd weigert dat feest te vieren. Liever leert het nog lange teksten.... - DICK VAN TEYLINGEN, theaterkrant in: Theaterkrant lees meer
Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Make-up

Mijn werkkamer is in het souterrain. De ramen aan de voorkant zijn klein, aan de achterkant groot. Daar staat mijn bureau. Ik kijk uit op een binnenplaatsje, wit betegeld, veel planten, begrensd door een muur in een kleur waarvan ik de naam niet ken, Italiaans, zandkleurig.
Rechts tegenover me is de deur van het souterrain van de buren die om de hoek wonen, een dubbele deur met glas erin. Op het binnenplaatsje gebeurt niets. Vind ik prettig. Daardoor kan ik de gebeurtenissen in mijn hoofd beter meemaken. Soms landt er een vogel die even in de planten rommelt. Verder niets. Tot voor kort. Achter de deur rechts tegenover me voltrok zich de afgelopen maanden een verbouwing, geen hinderlijke, weinig lawaai, maar toch. Ik vroeg me af of het binnenplaatsje anders zou worden.
Nu woont er iemand. Een vrouw of een meisje. Dat weet ik omdat ik af en toe haar arm zie. Tegen de binnenkant van de deur staat blijkbaar een spiegel. Ik zie die arm met make-up in de weer. Soms neem ik dat gewoon waar, omdat een deel van mijn werk eruit bestaat dat ik voor me uit staar. Dan lijk ik niets te doen, maar het tegendeel is het geval.
Tijdens dat staren zie ik dus soms die arm die lang bezig is met make-up. Misschien ontstaat er een kunstwerk. 
Eergisterochtend zag ik ineens haar gezicht, gedeelte ervan, haar ogen, flard blond haar. Toevallig staarde ik naar buiten. Een seconde of twee keken we elkaar aan. Toen waren haar ogen weer weg. Ik wachtte op de arm, maar die kwam niet. Gisterochtend ook niet. Misschien is ze geschrokken. Misschien dacht ze: een gluurder! Of ik haar op straat tegenkom, weet ik niet, ik ken haar niet. 
Ik ben nu niet buiten, maar merk dat ik al verontschuldigend kijk.