Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Pet

Sinds een paar maanden is de vertrouwde pakjesbezorger weer terug in de buurt. Hans. Een periode was de dienstverlening wisselend, bijna allemaal aardige mannen en vrouwen, daar niet van, maar een vaste zorgt toch al gauw voor vertrouwdheid in verwarrende tijden. Altijd veroorzaakt een pakje een kort gesprek. Hans geeft me er een voor de buurvrouw en ik zeg: “Jammer dat het niet voor mij is.” Een zinnetje van niks dat de vroege ochtend toch in beweging brengt. Hans zegt: “Geen idee wat erin zit.” Ik schud bezorgd het hoofd en til het pakje twee keer achter elkaar omhoog, alsof het gewicht informatief kan zijn, en zeg: “Het is weer even afwachten.” Hans knikt: “De volgende keer weer iets voor jou.” Dit zijn prettige momenten, een pakje is niet alleen maar een pakje. 
PostNL heeft concurrent Sandd opgekocht, wat onder meer betekent dat de post weer door één persoon wordt bezorgd. Kan het niet een ouderwetse postbode zijn (m/v)? Het woord `ouderwets’ deugt hier, geloof ik, niet. 
Nu zijn het mannen en vrouwen die de indruk wekken toevallig in de buurt te zijn en onderweg een bundeltje post zagen liggen, in de bosjes, en zo aardig zijn de boel te bezorgen, toch niets anders te doen. In principe niets op tegen. 
Met een ouderwetse postbode bedoel ik uiteraard een vertrouwde verschijning in de buurt. En dan niet in zo’n verkeersregelaarshesje, nee, graag weer een uniform en als dat te veel gevraagd is, in ieder geval een pet, niet met PostNL erop, nee: POSTBODE. In goudkleurige letters. Zoals ooit: PTT. 
Ik herinner me het laatste gesprek met zo’n postbode. Ik stond toevallig in de deuropening en hij gaf me twee enveloppen van de belastingdienst en zei: “Ik vind het ook jammer.”