Jano van Gool

In de Pers

lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt - Binnen één alinea van lachen naar huilen: lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt ★★★★★ ... - Katinka Polderman in: De Volkskrant lees meer
Vogel, met Bram van der Vlugt - Vijfentachtig is Bram van der Vlugt, bijna dan, maar zijn hoofd weigert dat feest te vieren. Liever leert het nog lange teksten.... - DICK VAN TEYLINGEN, theaterkrant in: Theaterkrant lees meer
Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Val

Bijna altijd als er een dier in mijn omgeving verschijnt, begin ik er in gedachten tegen te praten. Soms hardop, zeker tegen huisdieren. Bijvoorbeeld de logeerpoes die vaak in mijn werkkamer uitrust van een leven waarvan ik geen weet heb. Dan zég ik wat ik aan het doen ben en ben blij dat niemand me hoort. Mijn stem is hoger dan normaal en bovendien praat ik in de indianentaal uit mijn kindertijd: `Mij nu stukje schrijven voor krant.’ Graag koester ik de intimiteit tussen mens en dier.
Wat ik al hoopte dat zo was, lees ik met genoegen in het nieuwe boek van apendeskundige Frans de Waal, Mama’s laatste omhelzing: ieder zoogdier heeft emoties. Al sinds het eerste dier in mijn leven, een speelgoedbeer, wist ik dat op mijn eigen manier al zeker, maar ik kan het niet zo mooi opschrijven als Frans de Waal.
Al een paar weken ben ik in het huis aan zee. Als het daar stil is, komt er een muis te voorschijn die dan kalm door de kamer kuiert, misschien niet iedere keer dezelfde, maar ik kan er natuurlijk niet van dichtbij naar kijken. Muizen vind ik parmantige diertjes. Vindt niet iedereen. Bijvoorbeeld het bezoek dat dadelijk komt. Daarom heb ik een val geplaatst, een ingenieus dingetje. Een  kooitje waarin de muis een stukje kaas ziet hangen. Als hij daarin bijt, klapt het kooitje dicht. Ik heb de muis uitgelegd hoe het zit met deze gang van zaken. Ik geloof dat ik net deed alsof ik ook een muis was, een grote die niet in het kooitje past. 
Als de muis in het kooitje zit, loop ik ermee naar het veld aan de overkant en laat hem daar los. Hij heeft me de vrije natuur horen roemen, `lekker veel ruimte’. Waarschijnlijk is hij eerder thuis dan ik. Daarvoor heb ik hem al geprezen.