Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Wal

Mooie aanduiding: in het zicht van de haven. Komt ook doordat ik van havens houd. Een gedicht van J.Slauerhoff begint met “Alleen de havens zijn ons trouw”. Goed, in het zicht van de haven wil ik niet stranden of zinken. 
Ik weet niet hoe het gaat met de bevolkingsgroep waartoe ik behoor, maar ik neem aan dat ik voor of in het begin van de lente gevaccineerd word. Die hele bevolkingsgroep dus, liefst alle bevolkingsgroepen, maar ik moet geen rare dingen zeggen. 
Het kan best zijn dat wanneer ik me meld bij de sport- en evenementenhal in mijn woonplaats, alle vaccins per ongeluk bezorgd zijn in het wijkcentrum van een groeigemeente in het zuiden des lands en daar al ontdooid liggen te popelen om weggeprikt te worden, maar daar wil ik helemaal niet van uitgaan. Van nature ben ik een optimist.
Wat ik maar wil zeggen: dat optimisme mag me niet verslappen, ik moet goed blijven uitkijken. Ik ga bijvoorbeeld niet tijdens het winkelspitsuur naar de supermarkt, hoewel dat niets garandeert. Gisteren stonden er twee morrende rijen voor de zes zelfscankassa’s. Ook een sliert voor de kassa met menselijk contact. Jong en oud trouwens, misschien besefte iedereen wel dat de haven niet ver weg was. Dan deel je toch iets moois, maar daarvan was helaas niets te merken. Het leek alsof dat niet mocht. De supermarktmedewerkster die de gang van zaken bij de betaalpalen streng regelde, had een striemende stem: “Kan dat wagentje weg daar! Dan kunnen er mensen langs ja!” En hard tegen een broze bejaarde heer: “Hé, ik kom even kijken of u alle boodschappen gescand hebt.”
Het gedicht van Slauerhoff dat begint met de havens, gaat verder met: “Al ’t andre aan den vaste wal / Behoort niet bij ons (…)”