Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

De Gelderlander

Doseren

Je mag komkomkommerberichten natuurlijk niet met elkaar vergelijk. Ieder heeft een geheel eigen zomerse uitstraling. Ze moeten wél gedoseerd worden. Twee tegelijk vind ik bijvoorbeeld veel. Was vorig etmaal aan de hand. Eerst de krokodil in Arnhem. Een dode, maar dat maakt niet uit, een krokodil is een krokodil. Met die dode wolf een tijdje terug begon de vraag te leven of de wolf terug was in Nederland. Met een krokodil is die vraag waarschijnlijk niet aan de orde. Die krokodil diende zich woensdag aan, het raadsel zal intussen wel zijn opgelost.

Verbinding

Sommige mensen kunnen het zo overtuigend zeggen: `We gaan het helemaal voor u in orde maken.’ Of: `We gaan dat héél netjes voor u in orde maken.’ Zeg ik zelf zelden: héél netjes. Ja, vroeger, maar toen was er veel meer héél netjes dan nu, waarmee ik ab-so-luut niet zeg dat vroeger alles beter was, want dat was het niet, maar dus wel vaak `héél netjes’. In de zinnetjes die ik hierboven citeer, gaat het me vooral om de belofte: iets in orde maken. In dit geval zijn het medewerkers van de KPN-klantenservice.

Inzicht

Blijkbaar heb ik nog iets met Monopolie, want ik schrok toen ik las dat er een versie is verschenen die in ongeveer dertig minuten gespeeld kan worden. Er stond bij hoe dat kan, maar die uitleg ging aan me voorbij. De fabrikant komt hiermee omdat hij mee wil doen met de huidige tijd. Daarom kan het ook met het mobiele telefoontje worden gespeeld. Dat laatste vind ik huiveringwekkend, maar daar wil ik het niet over hebben. Gelukkig blijft het originele Monopolie ook te koop.

Puffen

Woordspeling of niet: zonzeker? Ik hoorde het woord op de radio in een zinnetje dat ik niet goed verstond. Ik dacht dat het was: `De Nederlander is zonzeker.’ Maar het kan ook best zijn: `De Nederlander wil zonzeker zijn.’ In het eerste geval dus ja, een woordspeling. In het tweede geval ook min of meer, maar niet helemaal. Misschien moet ik er helemaal niet over beginnen, maar door mijn lichte allergie voor woordspelingen, spits ik waarschijnlijk iets te snel waakzaam de oren. Het gaat in ieder geval over zon, dat is duidelijk.

Heimwee

Vreemd dat je van sommige mensen denkt dat ze al een tijdje dood zijn. Had ik toen ik eergisteren hoorde dat Michel van der Plas was overleden. Wie kent hem nog, wie denkt nog weleens aan hem? Toevallig lag er een door hem geschreven boek op mijn bureau: `Daarom, mijnheer, noem ik mij katholiek’, een biografie over Anton van Duinkerken. Wie kent Van Duinkerken nog? Deze biografie lees ik omdat het me nuttig leek weer eens rond te dwalen door het katholieke Nijmegen van mijn jeugd.  Dat boek mag er ook best zijn, degelijk, informatief, vaak meeslepend.

Verdriet

Zaterdagavond keek ik naar het Belgische volksfeest op de Vossenmarkt in Brussel. Die plek zit trouwens al ongeveer mijn hele leven in mijn hoofd want daar begint een avontuur van Kuifje, Het Geheim van de Eenhoorn. Ik keek niet lang, want het stemde nogal vreemd droevig. Wel was ik gefascineerd door de Belgische Koninklijke familie die een padvindersloge het geheel onderging. Tijdens een lied zaten ze te sjoenkelen. Dat laatste woord gebruik ik niet vaak en ik weet ook niet of ik de betekenis ervan recht doe.

Scharnieren

Nu de Tour voorbij is, in België alles weer normaal en van onze koninklijke familie de gebruikelijke slappe maar sympathieke foto’s zijn geschoten, lijkt er alleen nog maar een nationaal hitteplan te bestaan. Dat plan heb ik nog niet bestudeerd, maar ik probeer in mijn omgang met de hitte zo vaak mogelijk een beroep te doen op mijn gezond verstand. Ik houd ervan mijn gezond verstand een rol te laten spelen in mijn leven. Nu is de komkommertijd echt aangebroken. Lekker. De druk gaat even van de ketel.

Zomeravond

Bijna altijd moeten verkleinwoorden een alarmbelletje doen rinkelen. Denk bijvoorbeeld aan de ontregelende vraag: heb je een minuutje? Mijn bevriende buren stellen ’s avonds voor: `Zullen we rond een vuurtje op het dak gaan zitten.’ Dak is hier niet het dak van kom-van-dat-dak-af, maar een dakterras. Waar het me in dit voorstel om gaat is het woord `vuurtje’. Bedoel wordt vuur in een korf of in een bak die op een korf lijkt, zeg maar vuur voor de gezelligheid.

Voorwaarts

In een erg oude agenda vind ik een papiertje waarop mijn vader iets aangaande de Vierdaagse heeft getypt. Hij citeert het reglement: `Onder wandelen, c.q. marcheren wordt verstaan het zich zodanig voorwaarts bewegen dat er voortdurend contact met de grond wordt gemaakt en het totale lichaamsgewicht om beurten wordt overgebracht via het linker – en het rechterbeen.’ Mijn vader is helaas al ruim vijf jaar dood, dus ik kan hem niet vragen waarom hij me dit citaat gaf.

Groen

Forse man van een jaar of dertig steekt de straat over. Hij heeft zomerse kleuterkleding aan, telefoneert intens en kijkt daarom niet op of om. Ik nader hem fietsend en manoeuvreer mijn fiets om hem heen. Gaat maar net, want er wil ook een vrachtwagen voorbij. Als ik de telefonerende man ben gepasseerd, roept hij me na: `Bellen, lul!’ Ik heb hier best iets over te zeggen, maar de man in zomerse kleuterkleding lijkt me niet iemand met wie productief van gedachten te wisselen valt, dus ik rijd door. Ik ben bovendien een vriendelijke fietser.

Pagina's