Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

De Gelderlander

Doos

 Lopend over de vrijmarkt stelde ik vast dat het allemaal wel wat minder werd. Meteen vroeg ik me af wat ik daarmee bedoelde. Minder dan wat? Ja, een paar jaar geleden kwam ik met van alles thuis, meestal nutteloze dingen die snel in een doos gingen voor de vrijmarkt van volgend jaar. Niet dat ik daar zelf aan deelneem, maar misschien de buurjongens. Gisteren hoopte ik op een aanbod dat ik me herinnerde van een tijdje terug. Toen mocht ik na betaling van vijftig cent drie borden fel kapot gooien. Was therapeutisch bedoeld.

Relativeren

Als ik erg zenuwachtig ben, stel ik dat niet alleen maar vast, maar neem ook maatregelen. Niet dat die altijd werken, maar ook de pogingen kunnen vaag helpen. Meestal gaat het om zenuwen die ik al dagen zie aankomen, ze overvallen me niet. Ik heb het niet over lichte nervositeit, maar wilde zenuwen. Die dienen zich de laatste tijd gelukkig weinig aan. De laatste keer dat ze er waren, kan ik me nauwelijks herinneren. Misschien moet ik terug naar de uren die voorafgingen aan mijn rijexamens (7), inmiddels acht jaar geleden.

Druppel

Je mag het niet zeggen, maar ik zal blij zijn als het woensdag is. Nee, dónderdag, want woensdag moet er graag héél veel worden opgeruimd. Had er ineens genoeg van. Kwam niet eens door de koningswuppie, hoewel dat een belangrijke druppel was. Ik moet eerlijk zijn: ik was zelf de echte druppel. Vrijdag liep ik in Dordrecht rond, een mooie stad waar ik te weinig kom, en daar passeerde ik een winkel met een etalage vol oranje dingen, en een bord waarop het woord `snuffelen’ stond. Normaal vlucht ik ver weg voor dat woord, maar nu niet. Dat kwam doordat ik een vaas in de etalage zag staan.

Rugzak

Een man vraagt het echt. Ik hoor het zelf. Ik heb hem gezien in de supermarkt, in Albert Heijn om precies te zijn –  de naam is hier van belang. Zo’n man met een rugzak die hij ook op zijn rug houdt in de te smalle winkelpaden. En dan dus de hele tijd drááien, zodat je niet weet hoe je hem moet passeren. Is in principe  niet erg, maar hij heeft ook nog een koptelefoon op, zodat je niet kunt vragen of je even langs hem en zijn rugzak mag. Van zo’n man krijg je haast, maar met die haast kun je geen kant op. Door die rugzak. Ben altijd benieuwd wat er allemaal in zit.

Verplicht

Verlang ik weleens terug naar mijn kindertijd? Die vraag is soms aan de orde en ik heb dan nooit meteen een antwoord paraat. Ik geloof het niet, terwijl die jaren wat mij betreft dik in orde waren. Misschien betreur ik het dat mijn geheugen nog niet op volle kracht werkte. Graag had ik me sommige momenten beter herinnerd. Ik heb het niet over spectaculaire gebeurtenissen, maar vooral over het kleine geluk. Zie ik bijvoorbeeld een foto van mijn ouders, mijn zusjes en mij in de achtertuin van ons huis. We hebben plezier, dat is goed te zien. Wat was er aan de hand?

Eenling

De directeur van het veiligheidsinstituut VeiligheidNL vindt dat oudere fietsers een helm moeten dragen. Op de fiets dus. Wanneer ben je een oudere fietser? Boven de 55. Fietsers zijn blijkbaar sneller oud dan andere mensen. Komt natuurlijk door dat idiote gefiets. Binnenkort zul je als oudere voetganger ook een helm op moeten hebben. Je concentratievermogen is aan het verpieteren en ja, dan zie je natuurlijk niet alle bananenschillen. De stap naar de helm in huis is klein. Daar doen zich immers ook veel valpartijen voor. Vooral de oudere mens boven de 51 kan er wat van!

Gat

Graag lees ik in het café op de hoek in de namiddag de avondkranten. ’s Avonds is het er druk, maar dan niet. Ik lees er niet alleen, zit vooral zacht te dagdromen. Gisteren komt er een Amerikaans echtpaar binnen. Dat het Amerikanen zijn zie ik meteen. Het is alsof ze met veel te grote handen iets kleins willen bekijken. Zo lopen ze ook, voorzichtig. Ze raadplegen de kaart en bestellen twee glazen witbier, hij een groot, zij een klein. Daarbij voert hij het woord, zij kijkt zijn woorden vertederd na. Hij blijft de kaart bestuderen en wenst bitterballen.

Lekker!

Iemand vroeg waarom ik niets over het Koningslied had geschreven. Had ik wel, maar toen was het er nog niet officieel. En nu is het weer weg, als ik het goed begrepen heb. Het is teruggetrokken. Kan dat wel? Het lied is er toch? We hebben het toch gehoord? Ik aarzel een beetje als het over dat lied gaat, want ik vind lelijke dingen altijd zielig. Daarom heb ik al behoorlijk wat oranje inhuldigingsspullen in huis. Die zie ik dan liggen in het warenhuis en ik vraag me bijna hardop af: wie wil jullie dan? Het Koningslied is of was ook een lelijk ding.

Rivierlandschap

Zaterdag ging ik naar Nijmegen om de brug te zien. Die is nog niet te gebruiken, dat gaat laten gebeuren, maar hij ligt er nu en verbindt trots twee oevers. Het is een kunstwerk. Twee jaar geleden verscheen er bij deze krant een bijlage die over de brug handelde. Er stond onder meer in dat de toekomst voor Nijmegen was begonnen, wat ik toen al een geruststellend gedachte vond. Maar ook kwamen de twee architecten aan het woord. Die zeiden dat de brug een ode aan het rivierlandschap moest worden. Is zeer gelukt.

Aanwezigheid

Nog steeds lukt het me niet in de wachtruimte van een polikliniek aandachtig een boek te lezen. Beetje bladeren lukt nog net. Daarom besluit ik maar van alles te beleven door om me heen te kijken, niet al te opzichtig natuurlijk, want dan veroorzaak je agressie, Een groot deel van mensen aldaar heeft sportschoenen aan, vaak in combinatie met sportkleding, om specifieker te zijn: een trainingspak. Waarschijnlijk is dat om van het aan- en uitkleden een niet al te groot karwei te maken. Dat moet je immers vaak in een ziekenhuis.

Pagina's