© Keke Keukelaer

In de Pers

Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer
Loepzuiver taalgebruik - In de columns van Thomas Verbogt, gebundeld als Wat is precies de bedoeling?, gaat het zelden over leven en doo... - Hans Steketee in: NRC Handelsblad lees meer

Recent

Waantaal Thomas Verbogt

Geestige, herkenbare ergernissen en observaties over de taal van alledag Waaiwoorden zijn woorden die naar je toe komen waaien vanuit de pers en op straat, en die gelukkig vaak... lees meer

De Gelderlander

Waargemaakt

Woensdagavond was ik bij vrienden op bezoek om hun zoon te feliciteren. Hij was geslaagd voor zijn eindexamen. Altijd een mooi beeld: tas met vlag uit het raam.
Natuurlijk hadden zijn ouders en ik het over onze eindexamens. Van de examens staan me alleen wat essentiële fragmenten bij, van wat daarna gebeurde alles. De opluchting die maar niet overging. De dag na de uitslag wakker worden en wéér zeker weten: ik hoef nóóit meer naar school! De vreugde golfde door me heen. En dan natuurlijk de feesten.

Broodje

Een sombere, een beetje door vocht aangetaste stem op de radio zegt gisterochtend: “Onze doelgroep bestaat vooral uit mensen die in het weekend graag een drankje doen.”
Hoe ik het weet, geen idee, maar ik voel dat het gesprek bijna ten einde is en de geïnterviewde man nog een punt moet maken. Hij wil ook zijn doelgroep verdedigen. Doelgroep is een woord waarbij ik me nooit thuis heb gevoeld, wat misschien ook komt doordat ik geen groepsmens ben, zeker geen lid van een groep waarover anderen denken iets te zeggen te hebben.

Weg

Het beeld zal mijn netvlies nog wel een tijdje blijven plagen, maandagavond kwam het tot ons: vier mannen in overhemd tussen de bosjes voor het Catshuis. Drie van hen hadden een stropdas om, de stijfste van het gezelschap niet. De zomerwind speelde met de stropdassen. Dat ze geen jasje aan hadden moest iets informeels uitstralen. Iemand moet gezegd hebben: “Zullen we onze jasjes maar uitdoen, dan naar buiten gaan en net doen alsof we serieus in gesprek zijn.” Zoiets?

Vrijer

Niet voor niets dat deze week hier in de regio het grootste fietscongres ter wereld wordt gehouden. Nederland is fietsvriendelijk en deze regio al helemaal, met Nijmegen als kroonjuweel. Daarom is daar overmorgen een grote fietsenparade te zien.

Triomfantelijk

Tot nu toe is het nog niet gebeurd dat ik midden in de nacht zin had in bloemkool. Ben nog nooit opgestaan om iets te eten. Ja, misschien lang geleden. Waarschijnlijk voor een boterham met pindakaas, maar het zal in een érg ver verleden zijn geweest. Veel verleden is niet ver weg, maar sommige periodes wel.

Neusspray

Een toespraak houden is een hele kunst. Een boeiende toespraak, bedoel ik. Je moet niet alleen zeggen wat je te zeggen hebt, maar ook goed nadenken over hoe je het zegt. Dat laatste is vaak het probleem.

Manieren

Als je een blessure hebt, die zichtbaar is door bijvoorbeeld een mitella of gipsverpakking of een stevig verband, moet je onophoudelijk verklaren wat er aan de hand is.
“Wat heb jij nou?” Dat is meestal de vraag.
En als je die beantwoord hebt, voor de zoveelste keer, is het ook de bedoeling dat je helder uiteenzet hoe het zo gekomen is. Vooral dat onderdeel van het gesprek, begint je onderhand de keel uit te hangen. “Ja, ik ga de voordeur uit en stap op een rolschaats.”
De ander vraagt: “Een rolschaats?”

Ruimte

Hoe vaak valt een mens van zijn fiets? Mijn overkwam het gisteren voor de tweede keer en tijdens de val, dacht ik aan de eerste keer, twintig jaar geleden. Toen was het in de nacht. Het slot van mijn fiets zat los en voegde zich tussen de spaken van het achterwiel. Ik vloog over het stuur en toen zette zich de val in. Die leek lang te duren. Dat weet ik zo zeker omdat ik me tijdens de val probeerde te herinneren wat ik als kind tijdens de judolessen had geleerd. Ik kwam helaas niet op straat terecht volgens de instructies van toen.

Deppen

Normaal zou nu zo langzamerhand de komkommertijd beginnen (vreemd dier op de Veluwe, dat soort nieuws), maar waarschijnlijk gebeurt dat dit jaar niet. Daarvoor is er te veel aan de hand in de wereld.
Daarom blijf ik er wel op gespitst. Volstrekt onbelangrijke berichten kunnen immers iets troostrijks hebben. Op de radio zou de presentator op dit moment zeggen: “Leg uit!” Het is helaas moeilijk uit te leggen. Iets onbeduidends vraagt op een onbeduidende manier om aandacht en krijgt die dan ook. Zoiets.

Beurt

Meestal weet ik waarom ik niet kan slapen, problemen, zorgen, een hoofd vol gedachten over wat ik aan het schrijven ben, te laat te heftig getafeld, maar soms weet ik het ook niet. Daar ga ik me niet over opwinden. Ik probeer aan zachte taferelen te denken, stil strand op een vroege zomerochtend, boottocht over een smalle rivier met aan beide kanten veel groen op de oevers, uitzicht over een slapende stad aan het einde van de nacht. Schapen tellen doe ik niet, want dan vraag ik me veel te vaak af waarmee ik bezig ben, en dat helpt niet.

Pagina's