© Keke Keukelaer

In de Pers

Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer
Loepzuiver taalgebruik - In de columns van Thomas Verbogt, gebundeld als Wat is precies de bedoeling?, gaat het zelden over leven en doo... - Hans Steketee in: NRC Handelsblad lees meer

Recent

Waantaal Thomas Verbogt

Geestige, herkenbare ergernissen en observaties over de taal van alledag Waaiwoorden zijn woorden die naar je toe komen waaien vanuit de pers en op straat, en die gelukkig vaak... lees meer

Remco Campert Te vroeg in het seizoen

12 maart 2014
Gepubliceerd in: 

Naarmate je meer herinneringen hebt, gaan die steeds meer hun eigen gang in je gedachten. Je moet ze die ruimte ook geven. Je hebt immers meer verleden dan toekomst. Je kunt natuurlijk wel allerlei plannen maken, maar die krijgen niet meer de tijd werkelijkheid te worden. Je kunt je handen vol hebben aan de tijd waarin je nu leeft, maar sommige herinneringen gedragen zich zo levendig dat het net is alsof meer met nu te maken hebben dan met de tijd die voorbij is.

Herinneringen laten Remco Campert in `Te vroeg in het seizoen’ een reis door zijn leven maken. De stukken die hij daarin bundelde, noemt hij autobiografische schetsen. Zo beginnen ze inderdaad bijna allemaal, heel los, beetje toevallig, met een detail.

In het stuk `Neus en snoep’ licht hij zijn huidige leven toe: `Ik loop van kleinigheid naar kleinigheid en dat op een kleiner wordend gebied. Mijn leefgebied is onderhevig aan krimp. Ik reis bijvoorbeeld nauwelijks meer. Het is me te omslachtig en vermoeiend geworden. En misschien heb ik wel genoeg gereisd.’

Er zijn wel herinneringen aan reizen en die zijn uiteindelijk interessanter dan die reizen zelf, want die zijn voorbij. Het gaat uiteindelijk om wat overblijft, want daarmee moet je het doen als je leefgebied onderhevig is aan krimp.

Natuurlijk heeft Campert heus nog wel oog voor de waan van de dag. Bijna niemand kan daar zo ontmaskerend over schrijven als hij. Maar die parmantige waan mag zich altijd maar even aandienen, want herinneringen hebben pas echt recht van spreken. Campert geeft ze een stem, een sfeer, muziek, een waarheid, een leven dat niet ophoudt. En altijd komt hij vanuit die herinneringen bij de poëzie terecht, die troostrijk en verhelderend is – dat laatste omdat veel nog nooit zo is gezegd en dan blijkt het de enige manier waarop het gezegd kan worden.

Heel mooi ook is hoe Campert momenten van verwondering verbindt. Bijvoorbeeld op zijn wandeling naar de supermarkt. Hij ziet een hem bekende kunstliefhebber: `hoe hij een klein doosje uit zijn broekzak pakte, er een nog kleiner snoepje uit tevoorschijn bracht, dat hij, na het even bekeken te hebben, in zijn mond stak en het op een vergenoegd sabbelen zette.’ Hij moet denken aan de Franse tekenaar Sempé en legt vervolgens aan de hand van een citaat uit een boek van Kees van Kooten uit wat het Sempé-gevoel is. Daarover denk je dan als lezer graag na en in die gedachten kom je dan bij je eigen herinneringen terecht, want zo werkt het. Campert laat die werking zien, al zal hij `werking’ een veel te groot woord vinden.

Zelf luisterde ik zojuist naar een lied van Billie Holiday, Autumn in New York. Het werd meteen meer dan een lied. Het werd een moment in mijn leven, lang geleden toen ik het voor het eerst hoorde. Over dat moment wil ik van harte uren doorgaan, in mijn hoofd dan. Van Campert leer je die overgave. Dat is toch het woord: overgave.

 

`Te vroeg in het seizoen’ is een inspirerend boek over levenskunst. En een van de mooiste die ik de laatste tijd las. Ik lees er telkens opnieuw in. Het proza van Campert is een stemming waarin ik graag ben. En er staan zinnen in waarvan ik zeker weet dat ik ze nooit vergeet, Ik pak een willekeurige, uit een stuk over november: `In deze maand is voorjaar een bevroren woord,’