Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Brochure

Zaterdagochtend zie ik twee mannen de tuin binnenkomen. Ik ben niet thuis, maar in het huis aan zee, ook thuis trouwens, en om dat huis is een tuin. En een soort tuinpad. Over dat pad lopen de twee mannen. Ze kijken naar het huis, ze zien niet dat ik naar hen kijk en als ze dat wel zouden zien, weten ze niet dat ik geen zin heb in de moeilijke momenten die dadelijk komen. Ze vragen zich af waar de voordeur is. Die is er wel, maar nauwelijks te vinden. In dit huis heeft die geen functie. In mijn woonplaats wordt er ook nog wel met een heilsleer van deur tot deur gegaan, maar niet in mijn wijk. Waarschijnlijk staat die als verloren geboekstaafd. En misschien wel terecht. De mannen lopen om het huis heen, dadelijk staan ze voor de keukendeur. Daarom ga ik alvast in de keuken staan en zoek naar een koppige houding. De ene man is gezellige bruin, de andere spierwit. Ik open de keukendeur. De bruine man is de woordvoerder. Hij zegt dat hij de voordeur niet kon vinden. Ik zeg dat meer mensen dat probleem hebben, maar wil hiervan geen gespreksonderwerp maken. De bruine man houdt een brochure omhoog. Ik zeg dat die niet aan mij besteed is. Hij wil nog iets te berde brengen, maar ik zeg dat het zinloos om met mij te spreken. (Vind ik ineens wel een vreemde zin!) De spierwitte man knikt begripvol, hij had het al opgegeven toen hij me zag. Als ze zich melancholiek omdraaien, zeg ik dat ik wel bewondering heb voor hun moed van deur tot deur te gaan. Dat meen ik. Bovendien was het zaterdag Nationale Complimentendag!

Columns

  • Als er een stilte valt in een gesprek, ben ik daar de bang voor? Of bang, nee dat niet, vind ik het ongemakkelijk? Ja, dat wel. En als ik me afvraag waarom ik het ongemakkelijk vind, komt dat doordat ik denk dat het voor de ánder ongemakkelijk is. Of dat die denkt dat het aan mi... lees meer

  • Als je denkt `We zien het tegen die tijd wel’, is dat een matig standpunt. Ik denk het vaak, misschien te vaak, en zit daarom ook vaak, te vaak op de blaren. Ik dacht het aan het begin van sommige ontwikkelingen en ineens is het te laat om daarin nog in te stappen. Ook bij sommi... lees meer

  • Uit deze krant scheurde ik vorige week tips om griep te voorkomen. En zoals het meestal met tip het geval is, zijn ze er vooral om je het gevoel te geven dat je ergens alles aan gedaan hebt. Als het lukt wat de tips moeten veroorzaken, heb je geluk of ben je een bofkont. 

  • Met haast en een schraal humeur sta ik zaterdag in de rij voor de kassa van de supermarkt. Ik heb niet eens de rust de boel zelf te scannen en af te rekenen. Kan daar. Er zijn betaalpalen, een woord dat ik zo lelijk vind dat ik vaak niet in staat ben van deze voorziening gebruik... lees meer

  • Om de zoveel tijd lees je dat het steeds normaler wordt dat je in een restaurant om een doggybag vraagt, dus dat je wat je niet hebt opgegeten in een zakje mee naar huis krijgt, voor de hond, ook als je geen hond hebt. In Amerika is het de gewoonste zaak van de wereld, maar ja,... lees meer

  • Op de kleine brug hier tegenover het huis worden zo’n beetje de hele dag door foto’s gemaakt. Het is een mooie plek in de stad, romantisch, mag ik wel zeggen. Ik ben blij dat ik erop uitkijk, wat ik ook vaak doe, meestal gedachteloos, tussen van alles door. 

  • Eergisteren zag ik op televisie een korte documentaire over een gezin dat ging emigreren. Naar Canada. Hij was varkensboer en leidde de verslaggever door de lege, schone stallen rond. Buiten stonden paarden in wagens, klaar voor vertrek. Die gingen mee naar Canada. De vrouw van... lees meer

  • Moet ik iets denken over ons spaargeld en dat er al een bank is die geen rente meer geeft? Vast, maar weet niet wat. Als ik aan rente denk, is het vooral aan geld dat je moet betalen als je iets leent of even een negatief saldo hebt. Die rente verdwijnt niet, wat natuurlijk jamm... lees meer

  • Door de dood van Aart Staartjes zagen we zondag fragmenten van ongekend geworden televisie. Niet te lang natuurlijk want de orde van de dag verzet zich tegen deze kwaliteit. Daarmee wil ik niet zeggen dat vroeger alles beter was, want dat was het niet, wat ook niet willen dat he... lees meer

  • Van heel veel weet ik niet hoe het precies hoort, terwijl ik toch vaak in een omgeving ben waar beleefdheidsregels voor niemand geheimen hebben. Heb ik het nu over, over etiquette. 

  • Het openbare leven speelt in ons leven een belangrijke rol. Zelf heb ik de neiging me zoveel mogelijk in het niet-openbare leven op te houden, want daar gebeurt ook genoeg, maar dat kan niet altijd. In het openbare leven zijn wachtkamers in ziekenhuizen en het openbaar vervoer h... lees meer

  • Graag citeer ik hier regelmatig mijn moeder. Het is het zinnetje: “Wat kunnen ze toch veel, jongen.” Zei ze vaak, vol vrolijke oprechte verbazing. Het ging dan om uitvindingen, ontwikkelingen, apparaten die het dagelijks leven makkelijker maakten. In mijn gedachten hoor ik het h... lees meer

  • In mijn leven ontmoette ik pas één keer een Fin. Een zanger. Hij zong als gast in een band van vrienden van me. Hij was heel erg dronken (Fins dronken), we gaven elkaar een hand, hij zei iets in het Fins, wat ik niet verstond, ik zei iets in het Engels terug, dat was het. Toen i... lees meer

  • Wie kent het niet: op de pof bestellen? Misschien is dit geen goede vraag, want zijn inderdaad veel mensen die het niet kennen. En ik merk dat wanneer je de vraag opschrijft `pof’ ineens een grappig woord wordt. “Wat ben je aan het doen?” “Nu? Ik ben op de pof bezig!”

  • Toen ik een jaar of tien was, woonde ik een dik halfjaar niet bij mijn ouders maar bij familie in het diepe zuiden des lands. Waarom dat was weet ik niet meer. Vaag herinner ik me het woord `aansterken’. Ik was leerplichtig en ging daar dus ook een tijdje naar een andere school.... lees meer

Pagina's