De grote wereld geeft al veel te lang geen aanleiding tot een goed humeur, de kleine om ons heen kan dat gelukkig nog wel veroorzaken. Je kunt niet altijd zeggen waarom dat zo is, maar dat hoeft ook niet, een goed humeur is een goed humeur.
Het zijn golfbewegingen: ineens hebben veel mensen het erover en dan is het weer een tijdje niet aan de orde. Kort samengevat: buitenaards leven. Vaak onderwerp van gesprek tijdens het natafelen of in de late uren van een verjaardag.
Waar ik het hoorde, weet ik niet meer, ook niet wie het zei, het was in een radioprogramma waarin iemand ons aanraadde een dankbaarheidsdagboekje bij te houden. Twijfel er nu ineens aan of dat het woord is. Beetje log is het, tuttig ook. Waar het om gaat, is dat je aan het einde van de dag opschrijft waarvoor je dankbaar bent.
Tijdje geleden trad een vriendin van me op tegen vier jongens die in een café een man lastigvielen. Die man zag er vrouwelijk uit of zoiets, ik weet het niet zeker, in ieder geval veroorzaakte hij irritatie bij de jongens die honend begonnen te klieren. Die vriendin stond ineens op en riep: ‘Jullie moeders zouden zich doodschamen als ze jullie zo bezig zagen.’ De jongens vielen stil en dropen vervolgens af. Echt waar.
Nooit zeg ik meer: je houdt het niet voor mogelijk! Het zijn onzinnige woorden geworden, min of meer alles is enorm mogelijk. Dacht ik toen ik las dat de echtgenote van Frans Bauer, Mariska, volgend jaar van theater naar theater trekt met een programma dat de knusse titel heeft Maris, wat eten we vandaag.
In de vroege ochtend zet ik de televisie haast nooit aan. Ik ben meer van de radio. Gistermorgen wel en toen ging het in het ochtendprogramma over Pim Fortuyn, 24 jaar geleden vermoord. Joost Eerdmans was gast en Ben van der Burg ook (ik kijk weinig televisie, maar zie hem érg vaak).
Niet verwacht dat ik nog naar de knutselfase in mijn jonge leven zou worden getorpedeerd. Was gisteren toen ik het bericht las over de wc-rol zonder kartonnen koker. Die komt eraan. Is zo’n ontwikkeling waarvan ik niet weet hoe ik er precies tegenover sta. Goed voor het milieu, natuurlijk, en daar ben ik hartstikke voor. Maar toch, ja wat maar toch?
‘We leven in een vrij land, hoor!’ Soms, vaker dan soms, hoor je dat iemand zeggen die iets doet wat je moeilijk of irritant vindt. Je zegt er wat van. En dan komt het: `We leven in een vrij land, hoor.’ Het zou een triomfantelijke uitroep kunnen zijn, maar dat is het niet. De ander zegt zelf wel uit maken wat wel of niet kan. Is dat vrijheid? Vrijheid is een sensatie die je deelt, die je aan elkaar geeft of doorgeeft. Het is ook de ruimte die je elkaar gunt.
Op het plein waar wij hier in de buurt vanavond de doden herdenken, wordt voor of na 8 uur meestal geen toespraak gehouden. Er is plechtige muziek van een fanfare, voor de stilte de eenzame trompet, dan de stilte, daarna het Wilhelmus en vervolgens gaat iedereen weer naar huis, nog steeds een beetje stil. We praten niet over de doden aan wie we gedacht hebben, misschien straks weer, maar op het plein en op straat niet. De vroege avondhemel is vol van hun namen en wie ze waren, wat ze voor ons betekenden.
Heb gisteravond helaas niet kunnen kijken. Dag van de Arbeid immers en die kan erin hakken. Maar ik wist wel dat er ‘op de Belg’ een nieuwe serie begon met in de hoofdrol de legendarische Parijse commissaris Maigret.