Iedereen die deze dagen in de politieke arena aan het woord komt, weet precies wat de Nederlander wil of niet wil. Naar hen luisterend, want dat doe ik, ga ik soms bij mezelf te rade en dan is de vraag: is dat zo? Op weg naar woensdag probeer ik op antwoorden te komen. Er zijn veel, veel te veel grote kwesties en tijdens het debat van eergisteren dacht ik vaak: het zijn wel erg veel woorden, zo veel woorden dat ik uit het oog verlies wat de kern is van waar het om gaat.
Af en toe, echt niet héél erg vaak, denk ik: nu even niet, die verkiezingen. Ik geloof dat ik de lijsttrekkers intenser meemaak dan mijn intimi. Wanneer ik in gezelschap kom, is de eerste vraag: “Weet jij het al?” En dan ontken je dat, wat goed uitkomt, want de anderen hebben dat ook, en voordat je er erg in hebt, zijn er een paar uur voorbij. Het is niet erg, er staat ontzettend veel op het spel, maar toch, soms, héél soms: nu even niet.
Rust in de portemonnee. In ieder gesprek met een lijsttrekker, in ieder lijsttrekkersdebat wordt het wel een keer gezegd: rust in de portemonnee. Moeten wij voelen. Wij zijn: de mensen in het land, de mensen thuis, de hardwerkende mensen of soms gewoon `de mensen’. Ik behoor tot al die groeperingen en denk erover na, over rust in de portemonnee. Best confronterende vraag: wanneer was daarvan sprake?
Het gebeurt niet zo vaak, maar wanneer ik over straatmuzikanten lees, besef ik tot mijn spijt dat ik die hier in de buurt niet zo vaak meer zie. En hoor natuurlijk. Ik heb het dan over straatmuzikanten bij wie je graag even blijft staan luisteren, wat meestal niet kan, omdat we haastig in de weer zijn met ons leven.
Als ik zeg dat ik nog steeds een zwevende kiezer ben, vind ik meteen dat ik daarover maar eens moet ophouden. Ben ik dat niet al mijn hele leven? Nou ja, één keer niet en daarvoor moet ik terug naar de jaren zeventig vorige eeuw, naar Concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen, waar een bijeenkomst was van de PvdA onder leiding van Joop den Uyl. De zaal was bomvol en in zijn vlammende speech was het net alsof Den Uyl iedereen persoonlijk aansprak, ja, ter verantwoording riep.
Het gebeurt niet zo vaak, maar wanneer ik over straatmuzikanten lees, besef ik tot mijn spijt dat ik die hier in de buurt niet zo vaak meer zie. En hoor natuurlijk. Ik heb het dan over straatmuzikanten bij wie je graag even blijft staan luisteren, wat meestal niet kan, omdat we haastig in de weer zijn met ons leven.
Wordt er nog pap gegeten in dit land? Overvalt me dat die vraag in me opkomt. Vorige week hoorde ik VVD-prominent Eric van der Burg in het programma De Slimste Mens blij uitroepen dat hij iedere dag ontbijt met havermout. Ik knikte, want dacht aan mijn kindertijd. Nu is er een film in de bioscoop te zien die The Golden Spurtle heet en daarvan is het thema het wereldkampioenschap haverpap koken in Schotland. Ik voel veel sympathie voor landen met eigenaardige gebruiken. Schotland hoort daar enorm bij.
Waarom ik ervan schrok, weet ik niet. Gisterochtend hoorde ik op de radio ineens over naakte haver spreken. Nog nooit van gehoord: naakte haver. De presentator van het radioprogramma ook niet, merkte ik aan haar verbaasde toon, waarin ook een zachte lach zat. Misschien komt het door het woord naakt, terwijl ik niets tegen naakt heb. Aan het begin van de dag klinkt het misschien net iets te hard.
De vraag `Wat had ik zelf gedaan?’ stel ik me niet zo vaak. Zou nuttig kunnen zijn: scherpt de geest, je begrijpt jezelf weer wat beter, maar toch. Altijd kom ik uit op de verzuchting: maar ja, ik heb het niet gedaan. Daardoor wordt de vraag treurig, vergelijkbaar met `We hadden bloemen mee moeten nemen’ wanneer je ergens binnenkomt waar iets feestelijk aan de hand is. Is waar, van die bloemen, maar je hebt ze niet meegenomen.
Duidelijk niet goed opgelet, stom, maar zondag in de namiddag hoorde ik tijdens de voorbeschouwing op de wedstrijd Nederland-Finland een uitdrukking die ik niet kende: de bus parkeren. In het gesprekje tussen interviewer en deskundige deden ze of het een gangbare aanduiding was, maar ik moest die even opzoeken. Kort door de bocht: enorm verdedigend spelen, bijna alles spelers op eigen helft.