Als mijn vader een boek kreeg of kocht, schreef hij voorin altijd zijn naam en de datum van die dag. De avond voor zijn crematie liep ik langs zijn boekenkast, pakte er hier en daar een boek uit en merkte dat ik ook in een soort dagboek van zijn leven verzeild was geraakt. Ik za... lees meer
In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Fitting
Op mijn bureau staan twee lampen. Het is een groot bureau, een lamp behandelt de linkerkant, de ander de rechter. De laatste doet het ineens niet meer. Hoe kan dat? Een vraagje dat een paar keer achter elkaar door me heen jammert. Ik pak de piepkleine schroevendraaier en vervolgens ga ik aandachtig met de lamp aan het werk. Tijdens dit sobere proces weet ik al dat ik geen vooruitgang boek, wat me irriteert, want volgens mij doe ik alles wat er te doen valt, en zo ingewikkeld is het niet. Ik schreef al eens over de Braziliaanse vakman die alles hier in huis repareert. Behalve dat hij veel goed en mooi werk verricht, heeft hij ook een therapeutische uitstraling. Hij ziet meteen de paniek die zich vaak van me meester maakt – te vaak om niets, en zegt dan: `Roestik, Thomas, roestik.’ Aan die woorden hecht ik. Ze hebben een heilzaam effect op me. Hij heeft in de gaten dat de bureaulamp me nukkig opeist en stelt voor dat hij er ook even naar kijkt. Ik steek de kleine schroevendraaier kordaat omhoog, maar hij blijft toch naast me staan. Hij wil zeggen `Roetig, Thomas, roestik’, maar slikt het in, terwijl ik het tóch hoor. Daarom vraag ik `Kun jij?’ en hij knikt. Hij draait de lamp eruit, beweegt die even voor zijn oor en zegt: `Lamp stoek.’ Hij pakt een nieuwe lamp en dan is de zaak gepiept. Ik schaam me diep en voel ook schraal verdriet. Hij wijst naar de fitting en maakt een wegwerpgebaar. Het had ook aan die fitting kunnen liggen. Daarom was ik niet belachelijk bezig, nee. Onzin, maar het is zo hoffelijk!
Columns
-
-
Altijd als er ergens een interview staat met de Nijmeegse hoogleraar psychologie Ap Dijksterhuis, lees ik dat graag. Alleen al omdat hij geluksprofessor wordt genoemd. Ben ik vaag jaloers op.
Gisteren werd ik in deze krant op mijn wenken bediend. “Ga iets doen, daag jezelf... lees meer -
In deze tijd mag je je niet meer tegen te veel verzetten. Een best belangrijke vraag is wat ertoe doet en wat niet. Ik ben geen liefhebber van woordspelingen, maar mij hoor je niet over `Woningsdag’. Nee. Ik begrijp dat `Balkoningsdag’ ook is overwogen. Prima. Hoe ik mezelf die... lees meer
-
De herrie bij 50plus moeten we als een verzetje zien. Is net als bij sommige Bekende Nederlanders: als ze een tijdje geen aandacht hebben gehad, gaan ze iets bedenken, een lied zoiets. En daarover mogen we ons even vrolijk maken.
-
Een ritje naar boven maken en dan weer uitstappen. Dat hoorde ik iemand zeggen en het ging niet over reïncarnatie. Nee, het was iemand van een beleggingsbank. Hij had het over mensen die nu ineens aandelen gingen kopen. Ik kan er niet te veel over zeggen, want heb er geen versta... lees meer
-
In een buitenland ineens een bekende tegenkomen, kan een vage zijn, maar toch. De laatste die je daar verwacht had. Zeker in een ver buitenland. Nepal, bijvoorbeeld, Kathmandu.
-
Al een maand kan ik niet naar de fitnessclub. Er zijn ergere dingen, wéét ik, maar ik hechtte aan mijn discipline en natuurlijk ook aan de sturing van de coach(es). In hun geest probeer ik dagelijks wat oefeningen te doen, op een plek in huis waar ik me onbespied weet. Mijn repe... lees meer
-
Toevallig las ik het ergens, het zat niet in mijn hoofd, ja, misschien wel, maar dan heel ver in een kleine uithoek: vandaag is het vijftig jaar geleden dat de Beatles uit elkaar gingen. Officieel dan. Ze waren daarvoor al een beetje uit elkaar. Het officiële bericht kwam niet a... lees meer
-
De straat is normaal benauwend druk, maar nu zo leeg dat oversteken een fluitje van een cent is. Als ik daarmee bezig ben, nadert er van rechts een auto, op hoge snelheid. Ik neem zelden het zekere voor het onzekere, maar wel in het verkeer en blijf midden op de weg staan.
-
We zijn het stadium voorbij dat we grapjes maken over het verbod elkaar te groeten. Die grapjes zijn op. Soms zien we mensen nog met de voet en gestrekt been groeten, maar dat is een onhandige manifestatie van een behoefte waarmee we niets te kunnen.
-
Als je zo nu en dan telefonisch contact met iemand hebt, bijvoorbeeld een ambtenaar van een gemeentelijke instelling, maak je je automatisch een voorstelling van die persoon. Door hoe die praat. En wat die zegt. Tijdje geleden bijvoorbeeld, een man met wat barse, vochtige stem d... lees meer
-
Zaterdag in de vroege avond zat ik te mijmeren aan de keukentafel en vroeg ik me ineens of er nog nieuws was (dat vragen we soms: “Is er nog nieuws?”). Ik zette de radio aan en kwam terecht in een programma dat haast te vrolijk voor woorden was. Het heet Proost! en is er nog maa... lees meer
-
Woorden als `troost’ en `bemoediging’ boeten deze dagen een beetje aan waarde in. Ze worden te vaak gebruikt. Is niet erg, maar we moeten natuurlijk niet te snel denken dat het zomaar lukt, iemand troosten of bemoedigen, door alleen maar te zeggen dat je dat doet. Ik heb het nie... lees meer
-
Toen ik kind was, lag er in iedere straat waar ik vanwege mijn kindertijd doorheen liep, voor minstens een van de ramen een zieke. Om naar buiten te kunnen kijken, om nog betrokken te zijn bij een wereld waarvan die nauwelijks nog deel uitmaakte. In bijna alle gevallen was het e... lees meer
-
Een afwijking waar ik niet zonder kan en die ik daarom ook geen afwijking noem, is dat ik altijd en overal verhalen zoek. Een detail kan met me op de loop gaan, een gebaar of voorwerp, een woord dat voorbij waait, laat ik het zo samenvatten: alles. Ik schrijf vaak dat het gewone... lees meer
