Er zijn bewegingen waarover je niet te lang moet nadenken, want dan stagneert er iets. Bijvoorbeeld als we iemand begroeten of afscheid nemen. Je gaat een hand geven, maar hoe regisseer je de hand en dus ook min of meer de arm. Breng je je hand naar die van de ander toe of laat... lees meer
In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Geheimzinnig
Dat ik er koorts van heb gekregen, kan ik nog niet zeggen. Ook jagen er geen kriebels door me heen. Songfestivalkriebels dus. Wel werd ik gisterochtend wakker terwijl het liedje weer door mijn hoofd zong. Ons liedje, zoals dat meteen heet. Ik hoorde het dinsdagavond voor het eerst goed. Daarvoor hadden me flarden bereikt, maar ik begreep al snel dat die onlosmakelijk met een geheel verbonden waren. En daaraan kwam ik maar niet toe. Waarom ik dinsdagavond keek, weet ik niet, maar ik keek, terwijl ik merkte dat ik daarvoor eigenlijk het geduld niet meer heb. Vooral als er een dansgroep komt die iets uitbeeldt, maakt zich wilde onrust van me meester. Ik houd van dans, maar niet van dansgroepen die iets uitbeelden. Toen ik gisteren opstond met het liedje in mijn hoofd, vroeg ik me af hoe dat kwam. Vind ik het erg goed? Misschien. Ik vind het vooral geheimzinnig en dat bevalt me. En de zangeres maakte indruk. Ze had alleen zichzelf en dat liedje nodig. En een paar eenvoudige gebaren. De meeste artiesten op het festival hadden veel drukke onzin om zich heen geregeld, waarschijnlijk om de matigheid van hun liedje te camoufleren, maar onze zangeres niet. Na afloop zat songfestivaldeskundige Cornald Maas bij Pauw & Witteman. Van opluchting viel hij bijna uiteen. Aan zo’n stemming heb ik ook vaak behoefte, maar zover was ik nog niet. Hij zei dat het liedje liet horen dat wij als Nederland over onze grenzen heen moeten denken, dus voorbij de Toppers en Sieneke. Ik dacht vooral aan een stille, warme zomeravond.
Columns
-
-
Iedereen zal het weleens hebben, dat je denkt: waar ben ik in ‘s hemelsnaam mee bezig? Het is niet altijd zo dat die vraag wijst op een probleem, maar kan nuttig zijn er een antwoord op te hebben. Dan stel je je bijvoorbeeld voor dat je het moet uitleggen aan iemand die van ni... lees meer
-
“Wat kunnen ze tegenwoordig toch veel, jongen.” Mijn moeder zei het vaak, de laatste jaren van haar leven steeds vaker. Ze zei het altijd met trotse blijdschap. Ze maakte immers deel uit van een tijd met veel vooruitgang en steeds meer mogelijkheden. Soms was ze ook licht verb... lees meer
-
Hoewel ik zelf niet zo snel meer in een gat in de markt zal duiken, let ik altijd goed op of ik er een zie. En zaterdag was dat zo.
-
In de wachtkamer van de tandartsengroep (beetje dreigend woord) wacht ik niet op de tandarts, maar op de mondhygiëniste. Het duurt daar nooit lang, maar toch blader ik gretig door de oude tijdschriften. Op een ervan, ik geloof de Linda, staat op de voorkant dat Roxeanne Hazes... lees meer
-
Nooit te snel denken: wat raar. Niet oordelen over iets wat je niet begrijpt, want hoe kún je daarover oordelen, dat kan toch alleen over wat je wél begrijpt.
Gisteren dacht ik weer sterk aan mijn opvoeding. Mijn ouders zeiden dat soort dingen vaak tegen me. Lange tijd w... lees meer -
Gesprekstechniek waarvan ik niet houd, is het zinnetje: “Zeg, hierover gaan het nu toch niet hebben?” Vraag is gelukkig niet prominent aanwezig in mijn leven, maar ik ben niet optimistisch als ik aan vandaag denk: verven van de eieren. Dat is de kwestie.
-
Soms heb ik geen zin de hele tijd te kiezen. Geen zin, nee, dat is het niet, ik kán het niet altijd. Heb ik uiteraard niet over grote keuzes, nee, in het dagelijks leven. Ik koop zakje patat. De uitbater vraagt: “Wat doen we erop?” Ik zeg: “Met.” En dan zie ik de lijst links van... lees meer
-
In mijn directe omgeving leest niemand Libelle. Ik geloof niet uit principe, maar men komt er niet toe. Daarom kan ik het ook niet hebben over de 85steverjaardag van het tijdschrift dat het nog steeds goed doet, beter dan Margriet. Ik las vorige week een interview met de hoofdre... lees meer
-
De eerste keer dat ik de Matthäuspassion helemaal hoorde, herinner ik me sterk. Was in de middag van Goede Vrijdag 1975, dus vrij laat in mijn leven, maar daarvoor dacht ik dat ik niets had met de muziek van de generatie die niet de mijne was. Ik bleef lang puber.
-
Is een standaarduitdrukking geworden: “Ik word er niet blij van.” En altijd denk ik: blij, blij, het is nogal wat, blij. Maar goed, ik word er niet blij van als ik lees dat veel ziekenhuiszorg nutteloos is. Is onderzocht, op verzoek van onder meer de ziekenhuizen zelf.
-
Soms is er de vraag of je iets over wilt doen. In je leven, bedoel ik. Nee, denk ik dan meteen. En nog een keer: nee. Terwijl ik dat nu opnieuw denk, voel ik dat het iets te ongenuanceerd is. Er waren zéér gelukkige momenten, zéér gelukkige periodes, ik wil er best naar terug, m... lees meer
-
Een verhelderende ervaring: ik zit boven een artikel over lichaamsvet en ineens merk ik dat ik niet meer weet wat ik aan het lezen ben. Het stuk is geschreven met het oog op de naderende zomer. In de zomer kijken we anders naar elkaar en zien we scherper wie te zwaar is en wie n... lees meer
-
Heel veel hoeft er niet te blijven, maar zodra iemand het heeft over `wegdoen’, ben ik toch een beetje op mijn hoede. Wegdoen vind ik nogal iets. “Deze week ga ik een heleboel boeken wegdoen,” hoor ik een vriend zeggen. Snap ik, is ook nodig, maar toch. Komt door het woord `wegd... lees meer
-
Zaterdagavond speelde ik een rol op een bonte literaire avond, veel publiek, levendige sfeer. In de pauze sta ik met een van de organisatoren te praten als ik een man met een luier om zie. Hij drinkt een pilsje. Jaar of veertig. Blote benen, witte sokken, witte gymschoenen en ee... lees meer
