Gebeurt niet iedere dag, maar vaak tref ik in een van de kranten die ik ’s ochtends lees een zin aan die me niet loslaat. Bijvoorbeeld door een stralende of duistere veelzeggendheid. Gisteren was het er een in deze, op de voorpagina: “Bij recreatieplas De Kuilen bij Mill zette d... lees meer
In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Olifant
Als ik in het ziekenhuis de binnentuin passeer, zie ik een bord waarop staat: `Roken in de binnentuin: alleen voor patiënten en bezoekers’. Heldere informatie. Wel vraag ik me af waarom deze beperking wordt vermeld. Zijn er ook mensen die alleen maar naar het ziekenhuis gaan om in de binnentuin te roken? Terwijl ze dus geen patiënt of bezoeker zijn? De binnentuin is hier niet echt aantrekkelijk. `Tuin’ is al een te groot woord. Veel grind, houten zitjes en een olifant in bonte kleuren, geen echte, van kunststof. Die olifant heeft wel wat, maar ook weer niet genoeg om er een tijdje rokend naast te zitten. Door dat bord vraag ik me nog iets af: ben ik patiënt of bezoeker? Ik heb weleens in het woordenboek opgezocht hoe daar een patiënt wordt omschreven en heb onthouden wat er staat: iemand die lichamelijk of geestelijk lijden te verduren heeft. Wat mij betreft zijn beide vormen van lijden op dit moment niet van toepassing. Afkloppen natuurlijk, want ik mag er geen enkele conclusie aan verbinden. Dadelijk ga ik over een kleine ingreep praten, dat is alles. Ik ben dus bezoeker, maar dus wel een bezoeker die iets te zoeken heeft in het ziekenhuis. Ineens kan ik me toch voorstellen dat je zomaar het ziekenhuis binnenloopt. Nergens in je lichaam of geest doet zich lijden voor, je hoeft ook niet op gesprek over een kleine of grote ingreep, nee, er is he-le-maal niets aan de hand. Je wandelt er alleen maar rond om je zegeningen te tellen. Ja, en dan ga je misschien van opluchting even lekker roken in de binnentuin.
Columns
-
-
Zaterdagochtend was ik vroeg in de supermarkt. Op een warme dag is het aangenaam dat zo snel mogelijk achter de rug te hebben. Bovendien is het nog vrij rustig. Uurtje later vindt iedereen het belachelijk voorzichtig te zijn.
-
Bijna altijd druk ik mijn telefoontje meteen uit als een gesprek begint met: “Heb ik het genoegen te spreken met de heer…” Dan korte stilte. “Met de heer T. Verbogt?”
Ik weet genoeg, héb al gezegd: “Met Thomas Verbogt.” En dan toch die vraag. Ik moet zeggen: “Nee u spreekt... lees meer -
Wat is licht fysiek kantoorwerk? Soms probeer ik iets te begrijpen door een tegenstelling in te zetten, in dit geval: wat is zwáár fysiek kantoorwerk?
-
Over de atoombom werd in mijn vroege jeugd met angstig ontzag gesproken, door mijn ouders en hun vrienden. Wát als die niet op Hiroshima was gevallen? Hoe zag de wereld er dan uit?
-
Vallen binnenkort nogal wat cafés ook onder code oranje? Nou ja, veel mensen trekken zich daar niets van aan, `We houden van oranje, om zijn daden en zijn doen’. Ze zeggen dat ze het zelf wel uitmaken. Ooit kon je zo’n standpunt sterk noemen.
-
“Doorgaan met ademen, Thomas! riep de coach gisterochtend. Ik was op de fitnessclub met felle gewichten in de weer en vond het een prima advies, ook voor de rest van de dag. Je bent zinnig met je leven bezig als je niet uit het oog verliest dat je moet doorgaan met ademen.
-
Deze week is het 50 jaar geleden dat Toppop voor het eerst werd uitgezonden. Programma bestaat al lang niet meer, maar wie iets ouder is dan jong zal het zich vast herinneren. Het begon in een tijd waarin er nauwelijks mogelijkheden waren popartiesten te zien, vandaar de popular... lees meer
-
In het televisiespelletje De Slimste Mens moest een van de kandidaten aan de hand van foto’s woorden herkennen die op –oir eindigen.
-
Paar jaar geleden bezocht ik in Denemarken het Louisiana Museum of Modern Art, in de buurt van Kopenhagen. Denemarken vind ik een mooi land, maar niet echt spectaculair, wat ook niet hoeft, maar dat museum is dat wel.
-
Een museum bezoeken heeft op mij hetzelfde effect als overdag naar de bioscoop gaan: je komt anders naar buiten dan je naar binnenging en daardoor is er ook iets gebeurd met de kleine buitenwereld. Je kijkt met andere ogen, dat zal het zijn.
-
De computer gebruik ik zo’n beetje de hele dag. Niets ingewikkelds: schrijven, mail, muziek, bankzaken. Dat laatste klinkt grootster dan het is, het zijn piepkleine bankzaken waarmee ik me ongeveer één keer per week moet bezighouden.
-
De laatste dagen denk ik soms na over een rij. Een rij wachtenden, bedoel ik. Bijvoorbeeld in de supermarkt waar er voor de zelfscankassa’s een langere rij staat dan voor de kassa’s waarachter een caissière zit. Waarom is dat? Kan de behoefte contactloos te betalen zo groot zijn... lees meer
-
Als ik ergens lees dat we achter de feiten aan lopen, word ik onrustig. Welke feiten moet ik inhalen? Afgelopen dagen las ik veel over het virus, maar ik krijg al die informatie niet zo goed bij elkaar.
-
In de straat van mijn vroege kinderjaren was er een Blokhoofd, een sombere man die hoog bij de gemeente was en zich verplaatste op een fiets met grote fietstassen. Langwerpig bord hing boven zijn bel, wit met kranige zwarte letters: BLOKHOOFD.
