Iedereen zal het weleens hebben, dat je denkt: waar ben ik in ‘s hemelsnaam mee bezig? Het is niet altijd zo dat die vraag wijst op een probleem, maar kan nuttig zijn er een antwoord op te hebben. Dan stel je je bijvoorbeeld voor dat je het moet uitleggen aan iemand die van ni... lees meer
In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Plak
Waarschijnlijk hockeyt ze, mijn mondhygiëniste. Ik zeg nu wel `mijn’, maar ze is natuurlijk helemaal niet van mij, maar vast van iemand anders. Het is niet ondenkbaar dat die zich nog eens lekker omdraait als zij mij ontvangt, om acht uur in de morgen. Dat ik denk dat ze hockeyt, bedoel ik alleen maar enorm positief. Haar stem is prettig schor en haar r klinkt een beetje verwend. Vind ik allemaal erg goed in de vroege ochtend. Als ik in de stoel lig, zet ze een lasbril op en doet een mondkapje voor. Ze kijkt in mijn mond en als ik de kans krijg, vraag ik meteen of het meevalt. Daar moet ik eens mee ophouden, met dat hengelen naar complimenten. Hoe oud ben ik nu? Ze schudt verontrust haar hoofd en gaat me als altijd kordaat op mijn kop geven. Het hoofdprobleem is dat ik te nonchalant omga met plak. Ze pakt een demonstratiegebit en een tandenborstel en doet voor de zoveelste keer voor wat ze van me verwacht. Ik moet haar nadoen. Ze legt even haar hand op mijn onderarm: `Het is echt niet moeilijk. Je doet het toch heel goed?’ Ah, gelukkig toch een compliment. De nieuwe dag begint licht te dansen. Dan gaat ze geconcentreerd aan het werk in mijn mond. In haar behandelkamer klinkt bigbandmuziek uit de luidsprekers. Ze neuriet zacht en melodieus mee. Voor het eerst zie ik nu dat aan de binnenkant van haar rechterbovenarm, twee blauwe vogeltjes zijn getatoeëerd. Misschien heeft ze dat wel speciaal gedaan voor haar patiënten. Hebben ze iets om naar te kijken. Vandaar ook haar korte mouwen. Het wordt nu echt lente.
Columns
-
-
“Wat kunnen ze tegenwoordig toch veel, jongen.” Mijn moeder zei het vaak, de laatste jaren van haar leven steeds vaker. Ze zei het altijd met trotse blijdschap. Ze maakte immers deel uit van een tijd met veel vooruitgang en steeds meer mogelijkheden. Soms was ze ook licht verb... lees meer
-
Hoewel ik zelf niet zo snel meer in een gat in de markt zal duiken, let ik altijd goed op of ik er een zie. En zaterdag was dat zo.
-
In de wachtkamer van de tandartsengroep (beetje dreigend woord) wacht ik niet op de tandarts, maar op de mondhygiëniste. Het duurt daar nooit lang, maar toch blader ik gretig door de oude tijdschriften. Op een ervan, ik geloof de Linda, staat op de voorkant dat Roxeanne Hazes... lees meer
-
Nooit te snel denken: wat raar. Niet oordelen over iets wat je niet begrijpt, want hoe kún je daarover oordelen, dat kan toch alleen over wat je wél begrijpt.
Gisteren dacht ik weer sterk aan mijn opvoeding. Mijn ouders zeiden dat soort dingen vaak tegen me. Lange tijd w... lees meer -
Gesprekstechniek waarvan ik niet houd, is het zinnetje: “Zeg, hierover gaan het nu toch niet hebben?” Vraag is gelukkig niet prominent aanwezig in mijn leven, maar ik ben niet optimistisch als ik aan vandaag denk: verven van de eieren. Dat is de kwestie.
-
Soms heb ik geen zin de hele tijd te kiezen. Geen zin, nee, dat is het niet, ik kán het niet altijd. Heb ik uiteraard niet over grote keuzes, nee, in het dagelijks leven. Ik koop zakje patat. De uitbater vraagt: “Wat doen we erop?” Ik zeg: “Met.” En dan zie ik de lijst links van... lees meer
-
In mijn directe omgeving leest niemand Libelle. Ik geloof niet uit principe, maar men komt er niet toe. Daarom kan ik het ook niet hebben over de 85steverjaardag van het tijdschrift dat het nog steeds goed doet, beter dan Margriet. Ik las vorige week een interview met de hoofdre... lees meer
-
De eerste keer dat ik de Matthäuspassion helemaal hoorde, herinner ik me sterk. Was in de middag van Goede Vrijdag 1975, dus vrij laat in mijn leven, maar daarvoor dacht ik dat ik niets had met de muziek van de generatie die niet de mijne was. Ik bleef lang puber.
-
Is een standaarduitdrukking geworden: “Ik word er niet blij van.” En altijd denk ik: blij, blij, het is nogal wat, blij. Maar goed, ik word er niet blij van als ik lees dat veel ziekenhuiszorg nutteloos is. Is onderzocht, op verzoek van onder meer de ziekenhuizen zelf.
-
Soms is er de vraag of je iets over wilt doen. In je leven, bedoel ik. Nee, denk ik dan meteen. En nog een keer: nee. Terwijl ik dat nu opnieuw denk, voel ik dat het iets te ongenuanceerd is. Er waren zéér gelukkige momenten, zéér gelukkige periodes, ik wil er best naar terug, m... lees meer
-
Een verhelderende ervaring: ik zit boven een artikel over lichaamsvet en ineens merk ik dat ik niet meer weet wat ik aan het lezen ben. Het stuk is geschreven met het oog op de naderende zomer. In de zomer kijken we anders naar elkaar en zien we scherper wie te zwaar is en wie n... lees meer
-
Heel veel hoeft er niet te blijven, maar zodra iemand het heeft over `wegdoen’, ben ik toch een beetje op mijn hoede. Wegdoen vind ik nogal iets. “Deze week ga ik een heleboel boeken wegdoen,” hoor ik een vriend zeggen. Snap ik, is ook nodig, maar toch. Komt door het woord `wegd... lees meer
-
Zaterdagavond speelde ik een rol op een bonte literaire avond, veel publiek, levendige sfeer. In de pauze sta ik met een van de organisatoren te praten als ik een man met een luier om zie. Hij drinkt een pilsje. Jaar of veertig. Blote benen, witte sokken, witte gymschoenen en ee... lees meer
-
Vergeten hoe ze heten: betaalpalen? In de supermarkt, bedoel ik. Dus niet aan de kassa betalen, maar geheel contactloos. In de supermarkt om de hoek is deze manier van doen een maand of vier gangbaar, maar gelukkig staat er nog steeds een caissière bij die geen caissière meer is... lees meer
