Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Spul

Het is niet best als je je uit bad laat bellen. Bad. Niet bed. Bad is iets anders dan bed. Toen ik het liet gebeuren werd ik meteen een druipende man vol zelfkritiek. Maar ja, ik dacht: het is voor een goed doel. Als ik in bad lig en ergens in huis de telefoon hoor rinkelen, laat ik het toestel lekker zijn gang gaan. Maar nu ligt het mobieltje binnen handbereik, waarschijnlijk uit mijn broekzak gevallen. En dan is het dus een felle dwingeland. Vaak lukt het me het te minachten, maar nog niet vaak genoeg. Het is een vriendin die zegt dat `Willem er met een kraam vol Kuifje-dingen staat’. Willem is een ondernemer op de markt een eindje verderop. Ze voegt eraan toe: `Gisteren van een verzamelaar gekocht!’ Ik ben ook een bescheiden verzamelaar van Kuifje-dingen, grom energiek en verlaat dus het bad, voor mij een plek van bezinning. Paar minuten later sta ik kordaat voor de kraam van Willem en stel vast dat de vriendin zich vergist heeft, twee strips door elkaar gehaald. Kan gebeuren, het is nog vroeg in de ochtend. We nemen dan soms vaag waar, doordat we zelf ook nog vaag zijn. Er ligt veel oud Suske en Wiske-materiaal uitgestald. Ik denk aan mijn bad waarin ik zojuist in diepe gedachten verzonken lag. Het is ook zeer nonchalant ten aanzien van het milieu als je niet erg lang in een bad verblijft. Ik ben niet goed bezig met de nieuwe dag. En nu moet ik soepel met een teleurstelling omgaan. `Leuk spul,’ zeg ik schor, naar de Suske en Wiske-rotzooi wijzend. Willem knikt: `Gisteren van een verzamelaar gekocht.’

Columns

  •  Een hokjesdenker ben ik niet. Ja, toen ik puber was, maar dat ben ik al een tijd niet meer, misschien nog een beetje, maar te weinig om mensen in hokjes te plaatsen. Zo ben ik ook niet opgevoed, maar ja, in je puberteit trek je je weinig van je opvoeding aan. 

  • Of het zo heet, weet ik niet, ik noem het een schakelaartje. Zo’n ding in een snoer van bijvoorbeeld een lamp. Aan het einde van dat snoer zit een stekker, maar met het schakelaartje doe je de lamp aan. Dat schakelaartje is kapot.

  • Hier stonden eergisteren al behoorlijk wat kerstbomen op straat. Hoe zat het ook alweer? Moest het niet vandaag? Op Driekoningen? Ik vond het zondag wel mooi geweest. Ineens is zo’n boom een obstakel dat er met al die versiering aanstellerig uitziet. Tijdens het optuigen wil je... lees meer

  • Sinds de zomer van vorig jaar is deze straat autovrij. Midden in de straat is een gracht. De overkant is niet autovrij en in de nieuwjaarsnacht kwam een overbuurvrouw onder meer zeggen dat ze ook wel zo wilde. Ik zei: ik gun het je zeer. Het is immers dagelijks erg aangenaam. Er... lees meer

  • Waar ik het aan het einde van vorig jaar (lekker om dat te zeggen, 4 dagen geleden, maar toch vórig jaar) een beetje genoeg van kreeg waren alle terugblikken en lijstjes. Ik moet niet zeggen dat ik er genoeg van kreeg, want kon het allemaal overslaan, maar dat deed ik niet, bang... lees meer

  • Het moet een beter jaar worden. Dat hebben we tegen elkaar gezegd. Alsof we het een beetje belóófden. Was in ieder geval fijn het samen te hopen. En áls het een beter jaar is geworden: wat dan? Wat hebben we meegenomen van een jaar dat beter had moeten zijn dan het was, het jaar... lees meer

  • Wat zeggen we vanavond tegen elkaar, als we hardop hebben meegeteld met de laatste seconden van dit ontregelende jaar? “Het is toch ánders”? Zoiets? Of: “Volgend jaar beter”? Kussen we? Of blijven we beetje schuchter tegenover elkaar staan, niet wetend wat we met onze handen en... lees meer

  • We zagen ze allemaal, de beelden van de eerste vaccinatie in de landen om ons heen, triomfantelijke beelden die ons met geruststelling mogen vervullen, maar zelf deinsde ik telkens een beetje terug. Moet er niet aan denken om als kwetsbare oudere met de halve wereld als getuige... lees meer

  • Kriebelig is niet meteen een woord dat past in de stoere uitstraling van minister Grapperhaus. Toch stond het gisteren boven een interview in deze krant. Terwijl ik het vol instemming las, begreep ik waarom hij zijn irritatie zo noemde. Het ging onder meer over mensen die vinden... lees meer

  • Bijna alle woorden waarin `winter’ voorkomt, bevallen me. Gisteren joeg een winterstorm onze vreemde kerstdagen richting volgend jaar waarvan we verwachten dat er veel anders wordt. Winterstorm met een warmbloedige naam: Bella. De storm wordt er meteen sympathieker door. Uitstek... lees meer

  • Mijn moeder was geen culinaire hoogvlieger, maar hield wel van avontuur. Herinner me bijvoorbeeld de opkomst van de Italiaanse keuken, nou ja, dat wil zeggen de introductie van macaroni en spaghetti in de Nederlandse keukens. Die ontwikkeling negeerde ze niet. In de keuken was o... lees meer

  • De overheid zet met volle kracht in met die paginagrote oproep in de kranten: “Het vaccineren kan beginnen.” Wie niet onder een steen leeft, weet dat. Maar de oproep moet ons over de streep trekken. Open deur, maar de belangrijkste passage in de tekst is: “Met een vaccinatie teg... lees meer

  • In dagen vol grote problemen is aandacht voor kleine zaken belangrijk. Met grote aandacht lees ik bijvoorbeeld over een Fransman die zaterdagmiddag ruim 2,5 in een bad vol ijs bleef zitten. In Wattrelos was dat, in Noord-Frankrijk. Als je daar woont verzin je de gekste dingen om... lees meer

  • Begin van de zomer belde Bram van der Vlugt op. Hij zei altijd: “Dag kind.” Met die prachtige stem van hem. Nu was het: “Dag kind, we moeten even praten.” Het ging hierom: hij wist niet zeker of de voorstelling die in het najaar gepland was, kon doorgaan. Virus kon immers nog ve... lees meer

  • Als er een pakje wordt aangeboden en ik ben niet thuis, zijn er twee mogelijkheden, 5 minuten fietsen naar links, 5 minuten fietsen naar rechts. Hoop altijd naar rechts, want links is een rookartikelenwinkel waarin niet alleen rookartikelen verkocht worden, maar vooral extreem l... lees meer

Pagina's