Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Troosten

Waarschijnlijk wordt de musical Love Story een hit. Veel mensen zijn gek op musicals. Ik hoor daar niet bij, maar dat is niet omdat ik op het genre neerkijk. Wel ben ik even in 1970, een Nijmeegse herfstavond: ik ga met een meisje naar de film Love Story, een de film die niet aan me besteed zal zijn, ik zie liever films die ik niet helemaal begrijp.  Naar Love Story ga ik om maar één reden: ik verwacht dat het meisje zeer zal gaan huilen, ik haar moet troosten en dat er dan  iets moois tussen ons ontstaat. Daar verlang ik vurig naar. Het verhaal van de film is bekend: rijke jongen trouwt tegen de wil van zijn vader meisje dat ziek wordt en sterft. De film doet het werk dat ik verwacht. In het laatste gedeelte begint ze een beetje te snikken. Arm om haar heen. Tegen het eind van de film gebeurt dit: de jongen die een paar seconden weduwe is, komt in de gang van het ziekenhuis zijn schoonvader tegen, een kleine rol van John Marley met dat gehavende hoofd. En die schoonvader zegt tegen de jongen, ik citeer uit het hoofd: `Wat ik zo erg vind is dat ik haar beloofd heb niet te huilen.’ En terwijl hij tegen zijn tranen vecht, breken bij mij enorm de dijken door. Het heeft niets meer met snikken te maken, het is het meervoud ervan. Als we de bioscoop verlaten, houdt het maar niet op en als we even later door het Kronenburgerpark lopen, ook niet. Ik ben zeventien, het is alsof ik al het verdriet van mijn puberteit eruit huil. Het meisje troost me op volle kracht, maar verdwijnt die avond voorgoed uit mijn leven.

Columns

  • Het voelt een beetje aan als een jubileum, zonder dat ik dat gevoel kan onderbouwen. Ik heb het over mijn wandeling naar het stemlokaal. Voor de hoeveelste keer maak ik die? Dat is natuurlijk uit te rekenen, maar daar heb ik vandaag echt geen tijd voor, zeker niet voor die wande... lees meer

  • In een tankstation probeer ik meestal niet om me heen te kijken. Behalve dat ik een beetje in de war kan raken, wil ik ook ineens van alles kopen, ja, wat veel mensen shoppen noemen, dus koortsachtig dingen aanschaffen die ik niet nodig heb, bijvoorbeeld een geinig beertje met... lees meer

  • Zweven doe ik nog maar een beetje. Ik denk bijna zeker te weten wat me overmorgen te doen staat. Bijna dus. En als we over een maand of zes een nieuwe regering hebben – ik ben optimistisch van nature, ga ik aan de nieuwe premier een brief schrijven. Misschien is die premier wel... lees meer

  • Al heel lang geleden ben ik opgehouden met het maken van boodschappenlijstjes. Meestal stelde ik in de winkel of op de markt vast dat ik het vergeten was en dan leek het alsof mijn geheugen qua boodschappen een volstrekt lege ruimte was. Had een ontmoedigende uitwerking op me.... lees meer

  • Als de trein een station nadert, wordt het altijd duidelijk omgeroepen: “Denk bij het verlaten van de trein aan uw persoonlijke eigendommen.’’ Dat persoonlijke hoeft er niet bij, maar je bent een kniesoor als je dan gaat stampvoeten.

  • Braaf! Dat is het woord dat me het eerst te binnen schiet, als de hond van een vriendin over haar tuinpad naar me toe stormt om luid blaffend tegen me aan te springen. Het woord ken ik uit de periode dat ik zelf een hond had, inmiddels alweer lang geleden.

  • Al een paar dagen zit het Wilhelmus behoorlijk in mijn hoofd. Dus sinds de heer Buma erover begon en hij daar vervolgens voor op zijn donder kreeg. De heer Buma zag graag dat het op school werd geleerd en dat iedereen er ook bij ging staan. De heer Roemer vond het een beter idee... lees meer

  • Als we aan het eten zijn zien we er nooit op ons best uit. Dat is niet zo erg, want iedereen vertoont hetzelfde probleem, zodat je je kunt afvragen of je het een probleem moet noemen.

  • Als ik het woord `wijkagent’ lees, wat niet zo vaak gebeurt, denk ik altijd aan een ontmoeting met de wijkagent uit mijn kindertijd, eind jaren vijftig.

  • Goed woord: wijverig. Ik hoorde het Eva Jinek eergisteren zeggen. Ik word een steeds grotere fan van Eva Jinek. Ze zei het tegen het tamelijk weerzinwekkende personage Jan Roos.

  • Op mijn bureau staan nog steeds de drie delen van het Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal. De Van Dale dus. Die raadpleeg ik nog maar zelden, ook omdat er van alles op ligt, papieren, boeken, knipsels. Moet ik er dan eerst af halen en terwijl ik dat doe, ga ik erover naden... lees meer

  • Een angstaanjagend woord vind ik: shoppen. Wat het woord betekent dus. Dat het woord er zo als woord uitziet, daar kan het woord ook niets aan doen. Het is een beetje sneu, want het kan ook in het Nederlands, maar dan is blijkbaar de uitstraling minder, ja minder wat?

  • De afgelopen dagen keek ik tussen de bedrijven door naar conferences van Henk Elsink die vorige week vrijdag overleed. Ik herinnerde me niet of ik zijn werk leuk vond. Tot het bericht van zijn dood had ik trouwens nooit meer aan hem gedacht, wat helaas wel wat zegt. Ik houd imme... lees meer

  • Gisteravond keek ik niet naar het lijsttrekkersdebat. Ben ik dan niet meer geïnteresseerd in politiek? Zeer. Maar ik kon even geen lijsttrekker verdragen en ging naar de film.

  • Toen ik alweer een paar weken geleden de eerste paaseitjes in de supermarkt zag, probeerde ik daarover niets te denken, ook niet: wat vroeg. Maar deze week moest je er echt lángs om bij de kassa te komen. Niet alleen paaseitjes, maar ook lammetjes, paashazen en dat soort dingen.... lees meer

Pagina's