Iemand tegenkomen en dan een tijdje staan praten over wanneer we elkaar voor het laatst gezien hebben. Lang geleden, dat is duidelijk. Waar was het dan? Op een feestje? Ja, vast op een feestje, want we stonden te lachen. Dat weten we zeker, er was iets vrolijks aan de hand. Dat... lees meer
In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Werk
Voor het stoplicht sta ik achter twee mannen. Ze zijn druk in gesprek. Als het groen wordt, slaat de ene man de andere op de schouder en zegt: `Ik ga er vandoor, want ik moet nog een tafel zagen.’ Hij zwaait, de andere man zwaait ook en ik denk na over die handeling, een tafel zagen. Zoiets heb ik nog nooit gedaan. Sterker nog: ik heb nog nooit stilgestaan bij de mogelijkheid. In mijn leven heb ik al aan heel wat tafels gezeten, maar tot nu toe is het geen seconde in me opgekomen er zelf een te maken. Een stoel trouwens ook niet. Ik geloof dat het nog erger is: geen enkel meubel. Ja, een kruidenrekje, eind jaren zeventig, maar toen ben ik erg geholpen door de eigenaar van de doe-het-zelfwinkel bij mij in de buurt. Die vroeg: `Hoe dacht je dat te gaan doen?’ Ik liet hem een tekening zien, een ontwerp. Daar keek hij lang naar. Een kruidenrekje is natuurlijk geen meubel, maar meer een soort voorziening, dingetje voor in de keuken, dat niet eens echt noodzakelijk is. Je kunt de potjes met kruiden ook gewoon op het aanrecht zetten. Een tafel zagen is het grote werk. Dan ben je dus met iets bezig. Begin je met zagen? Hangt natuurlijk af van je omgang met het materiaal. Zie je, daar heb je het alweer: ik weet heus wel hoe een tafel eruitziet, maar als ik er een zou moeten maken, wist ik niet waar ik moest beginnen. Misschien is het goed voor mijn karakter, als ik daar wel een idee over had. Poten, hoe maak je die? Kun je waarschijnlijk kant en klaar kopen, maar dat kan ook met de hele tafel. Nee, máken! Zágen!
Columns
-
-
Nog steeds is mijn overtuiging dat het goed is als er niet altijd méér gebeurt dan er al gebeurt. Voorbeeld in de spoorsfeer: nog niet zo lang geleden zat of stond je op een perron te wachten op de trein. Dat was het: jij op een perron en de trein die er nog niet was, momenten d... lees meer
-
Als ik een trendwatcher hoor praten, denk ik bijna altijd: wat is het toch een grappige vorm van verlakkerij. Maar goed, ze voorzien blijkbaar in een behoefte, niet in een van mij, maar dat zegt niets. Soms lijkt het me dat het best eens waar zou kunnen zijn wat een trendwatcher... lees meer
-
Minister Schouten wil dat we streekproducten meer waarderen. Ik heb een groot zwak voor deze minister, dus over alles wat ze wil, denk ik met genoegen na. Zou ik een streekproduct uit mijn omgeving kunnen noemen? Tafelzuur. Maar is dat wel een streekproduct? Is het niet een bewe... lees meer
-
In een verhitte discussie over het boerkaverbod heb ik helemaal geen zin. Om hoeveel vrouwen gaar het in Nederland? Genoeg voor een verhitte discussie? Ja, zeggen mensen die het ineens over principes hebben, maar het gaat om het principe.
-
Hoe vaak maakte ik het al mee? Bij de kassa van de supermarkt lees ik: geen saldo, betaal anders. Boodschappen al ingepakt, alle energie gericht op de buitenlucht. De vrouw achter de kassa kijkt me aan met een lege blik.
-
Mijn werkkamer is in het souterrain. De ramen aan de voorkant zijn klein, aan de achterkant groot. Daar staat mijn bureau. Ik kijk uit op een binnenplaatsje, wit betegeld, veel planten, begrensd door een muur in een kleur waarvan ik de naam niet ken, Italiaans, zandkleurig.
-
Wanneer het is begonnen dat ik niets ráár vind, weet ik niet, maar ik vind het handig. Nou ja, niets raar, bijna niets raar. Neemt niet weg dat ik haast voortdurend verbaasd ben om veel wat ik zie en hoor, maar ik geloof dat ik een beetje verslaafd ben aan verbazing.
-
Nog steeds ben ik dagelijks blij dat ik ben opgevoed met de instelling dat je niet moet klagen over zaken of gebeurtenissen die niet te veranderen zijn. Behalve dat het dus zinloos is, zorgt geklaag voor een lelijk geluid. En er is al genoeg lelijkheid in de wereld en daarover m... lees meer
-
Polikliniek op de vroege ochtend, net open, er zijn al acht wachtenden onder wie ik. De gesprekken gaan enorm over de hitte en vooral de slaapproblemen die daarvan het gevolg zijn, wat misschien een voor de hand liggend onderwerp is in de vroege ochtend.
Ondertussen houden... lees meer -
Wat er in 1969 met me aan de hand was, kan ik slechts ten dele reconstrueren. Ja, puber, vol vaag en streng verzet tegen alles, nogal afwezig in het dagelijks leven. Misschien ook daarom dat ik niet naar Floris keek. Natuurlijk ook omdat hij een held van mijn jongere zusjes was,... lees meer
-
Natuurlijk komt het door de hitte dat mijn gedachten loom door elkaar heen deinen. Zo weet ik niet meer welke tips en aanbevelingen ik waar hoor of las, en ook niet wat ik ermee moet.
Ik bedoel tips en aanbevelingen die met het weer te maken hebben. -
Het mag dan wel tropisch warm zijn, maar we zijn helemaal niet in de tropen. Wie daar weleens geweest is, weet dat de warmte daar toch andere koek is. Ik gedraag me in de vroege ochtend graag sportief, nou, dat moet je in de tropen toch maar liever niet proberen. Maar ik snap da... lees meer
-
Gisteravond begon op televisie het negende seizoen van het programma We zijn er bijna. Negen seizoenen! En ik heb het nog nooit gezien! Ik zeg niet dat ik er nog nooit van gehoord heb, want dat heb ik wel. Soms praat er iemand uit mijn vriendenkring over, gefascineerd.... lees meer
-
De maanlanding zag ik vijftig jaar geleden met mijn ouders. Mijn zusjes sliepen, een was nog niet zo lang geleden op aarde geland. We keken met ons drieën. Mijn moeder zei niet: “Wat kunnen ze toch veel.” Dat zei ze vaak bij nieuwe ingrijpende ontwikkelingen. Nu waren die woorde... lees meer
