Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Zielig

Al een paar dagen kom ik in kranten berichten tegen over een man die in het televisiespelletje Miljoenenjacht geen 5 miljoen won, maar 125 duizend euro. Daar protesteert hij tegen. Als ik het goed begrijp, had hij te vroeg op een knop gedrukt. Ik zeg niet dat 125 duizend euro ook een leuk bedrag is, maar vraag me af waarom het me niet lukt me voor deze kwestie te interesseren. Het is niet alleen omdat ik me niet bij de man betrokken voel, ik vind hem niet zielig of zoiets. Misschien kan het een boeiend juridisch probleem worden, maar toch merk ik dat ik lichte verveling voel opdoemen. En ineens weet ik hoe dat komt. Ik kijk weinig televisie, omdat er ik nauwelijks iets vind van wat ik zoek. Daarom wil ik me ook niet bezighouden met wat zich in die wereld afspeelt. Ik kan niet met zekerheid beweren dat dit een houdbaar standpunt is, maar goed, ik heb het nu nog. Er is bijvoorbeeld ook weer iets met Gordon waarover men zich zelfs in Amerika druk maakt. Volgens mij is er altijd wel iets met Gordon, maar ik heb de indruk dat Gordon ook altijd op televisie is. Vandaar de typering `kijkcijferkanon’. In een amusementsprogramma heeft hij zich vrolijk gemaakt over een Chinese man die kwam zingen om zijn zang door onder meer Gordon te laten beoordelen. Dan weet je waaraan je begint als Chinees. Gordon deed even of hij de r niet kon uitspreken en zei dat de man een `vellassing’ was. Critici noemen dit racisme. Een groter probleem lijkt me dat meer dat ruim een miljoen Nederlanders niet meer bijkomen van het lachen.

Columns

  • Als leden van onze koninklijke familie vanwege officiële verplichtingen hun woning verlaten, verandert de omgeving waarin ze zich vertonen, meteen in een open inrichting. Komt niet door de koninklijke gasten, maar door de onderdanen die bloednerveus nog onderdaniger dan onderdan... lees meer

  • Op bijna ieder station staat een soort wachthokje waarin een functionaris van de NS zit. Die geeft informatie, soms niet van harte, maar dat kan ook niet altijd, want ja: het is soms erg moeilijk, voor iedereen. Maar in principe is dat wachthokje een nuttig bouwseltje want daar... lees meer

  • Altijd fijn het woord `leesplezier’ te zien staan en te denken aan alles wat leesplezier kan veroorzaken. Ik lees dat leraren en schoolleiders er weer iets aan gaan doen, in het voortgezet onderwijs. En op de basisschool – daarmee begint veel!

  • Als je je in een ziekenhuis meldt bij de spoedeisende hulp is het vaak duidelijk waarom je dat doet: het is aan je te zien! Wanneer dat laatste niet het geval is, moet je soms je best doen die spoedeisende hulp te krijgen, ook omdat de zorgverleners niet zeker weten of je hulpvr... lees meer

  • Van vogels weet ik helaas niets, behalve dat ik ze graag hoor en er graag naar kijk. Mooie momenten op de zondagmorgen vind ik rond een uur of acht aan de keukentafel zitten en naar het radioprogramma Vroege Vogels luisteren. Vooral wanneer er overgeschakeld is naar de vrije nat... lees meer

  • Als je iets wezenlijks meemaakt, denk je altijd aan de eerste keer dat je hetzelfde beleefde. De eerste verliefdheid is altijd opnieuw voelbaar in alle latere. Het eerste grote verdriet. De eerste keer dat je aan alles merkte dat je succes had. De eerste rouw. 
    Vandaag hoef... lees meer

  • Het is half acht in de ochtend en ik zet de vuilniszak buiten, nog niet gekleed voor een gangbaar sociaal leven. Een paar meter verder staat een vrouw, middelbare leeftijd, kranig kapsel, donkerbruine winterjas. Ze kijkt naar haar hond die zich aan het ontlasten is, even bruin a... lees meer

  • “Maar ik bedoel het goed!” Als iemand dat tegen je zegt, en dat gebeurt nogal eens, heb je van die goede bedoelingen meestal niets gemerkt. Ja, je wordt er nu op gewezen, maar dan is het te laat. De bedoeling van goede bedoelingen is dat je er baat bij voelt. Misschien ga ik te... lees meer

  • Altijd denk ik vandaag nog: Dag van de Arbeid. Lang geleden dat ik er iets aan heb gedaan. Ja, halverwege de jaren zeventig, toen ik nog in Nijmegen woonde. In een somber gebouw dat Het Kolpinghuis heette, nog steeds trouwens, toen vooral een danscentrum voor alleenstaanden, was... lees meer

  • Zelf krijg ik nooit meer een tik op de vingers. Ben daarom vergeten hoe het voelt. Toen ik me in mijn kinderjaren oriënteerde op de wereld, kwam er weleens een, maar dat is inmiddels al een tijdje terug. Ik léés er wel over. Dat bijvoorbeeld de Belastingdienst een tik op de ving... lees meer

  • Er zijn bewegingen waarover je niet te lang moet nadenken, want dan stagneert er iets. Bijvoorbeeld als we iemand begroeten of afscheid nemen. Je gaat een hand geven, maar hoe regisseer je de hand en dus ook min of meer de arm. Breng je je hand naar die van de ander toe of laat... lees meer

  • Iedereen zal het weleens hebben, dat je denkt: waar ben ik in ‘s hemelsnaam mee bezig? Het is niet altijd zo dat die vraag wijst op een probleem, maar kan nuttig zijn er een antwoord op te hebben. Dan stel je je bijvoorbeeld voor dat je het moet uitleggen aan iemand die van ni... lees meer

  • “Wat kunnen ze tegenwoordig toch veel, jongen.” Mijn moeder zei het vaak, de laatste jaren van haar leven steeds vaker. Ze zei het altijd met trotse blijdschap. Ze maakte immers deel uit van een tijd met veel vooruitgang en steeds meer mogelijkheden. Soms was ze ook licht verb... lees meer

  • Hoewel ik zelf niet zo snel meer in een gat in de markt zal duiken, let ik altijd goed op of ik er een zie. En zaterdag was dat zo. 

  • In de wachtkamer van de tandartsengroep (beetje dreigend woord) wacht ik niet op de tandarts, maar op de mondhygiëniste. Het duurt daar nooit lang, maar toch blader ik gretig door de oude tijdschriften. Op een ervan, ik geloof de Linda, staat op de voorkant dat Roxeanne Hazes... lees meer

Pagina's