Iedereen zal het weleens hebben, dat je denkt: waar ben ik in ‘s hemelsnaam mee bezig? Het is niet altijd zo dat die vraag wijst op een probleem, maar kan nuttig zijn er een antwoord op te hebben. Dan stel je je bijvoorbeeld voor dat je het moet uitleggen aan iemand die van ni... lees meer
In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Zonnebril
The Cats hebben nog steeds een warme plaats in mijn hart. Kan niet uitleggen waarom, maar dat hoeft ook niet. Veel van je goed kunt uitleggen is minder interessant dan wat je niet kunt uitleggen. In mijn intieme vriendenkring is One Way Wind ons volkslied. We zingen het bij belangrijke momenten en dan gaan we ook staan. Cees Veerman schreef dat niet. Hij was gitarist en de eerste zanger van de band. Zaterdagmorgen hoorden we dat hij was overleden, de nacht ervoor, in Indonesië waar hij al een tijdje woonde, zeventig jaar. In het radiojournaal zei Arnold Mühren, de bassist (en het brein) van de band, dat hij vaak wat depressief was, vroeger ook al. Zo’n onthulling houdt me dan nogal bezig. Eind jaren zestig kreeg ik de langspeelplaat Cats As Cats Can cadeau. In die tijd had ik nog geen last van woordspelingen. Op die plaat stond ook het eerste nummer dat ik van The Cats hoorde, in de zomer van 1967: Sure He’s A Cat. Zaterdag zag ik nog een clip ervan. Of clip, nee, dat is niet het goede woord, een nogal sullig filmpje: The Cats die het lied op bruggen en trapjes braaf playbackten. Cees Veerman zong het en dat deed hij goed. Hij was voor mij, met die zonnebril, een beetje de Keith Richards van The Cats, vooral toen hij ooit zei dat hij het zelf niet in zijn hoofd zou halen muziek van The Cats te kopen. Hij hield vooral van wat ruigere dingen. Toen The Cats ophielden te bestaan, opende hij in Amsterdam een Sexboutique. In die spelling. Hield hij niet lang vol. Volgens mij was hij er te melancholiek voor.
Columns
-
-
“Wat kunnen ze tegenwoordig toch veel, jongen.” Mijn moeder zei het vaak, de laatste jaren van haar leven steeds vaker. Ze zei het altijd met trotse blijdschap. Ze maakte immers deel uit van een tijd met veel vooruitgang en steeds meer mogelijkheden. Soms was ze ook licht verb... lees meer
-
Hoewel ik zelf niet zo snel meer in een gat in de markt zal duiken, let ik altijd goed op of ik er een zie. En zaterdag was dat zo.
-
In de wachtkamer van de tandartsengroep (beetje dreigend woord) wacht ik niet op de tandarts, maar op de mondhygiëniste. Het duurt daar nooit lang, maar toch blader ik gretig door de oude tijdschriften. Op een ervan, ik geloof de Linda, staat op de voorkant dat Roxeanne Hazes... lees meer
-
Nooit te snel denken: wat raar. Niet oordelen over iets wat je niet begrijpt, want hoe kún je daarover oordelen, dat kan toch alleen over wat je wél begrijpt.
Gisteren dacht ik weer sterk aan mijn opvoeding. Mijn ouders zeiden dat soort dingen vaak tegen me. Lange tijd w... lees meer -
Gesprekstechniek waarvan ik niet houd, is het zinnetje: “Zeg, hierover gaan het nu toch niet hebben?” Vraag is gelukkig niet prominent aanwezig in mijn leven, maar ik ben niet optimistisch als ik aan vandaag denk: verven van de eieren. Dat is de kwestie.
-
Soms heb ik geen zin de hele tijd te kiezen. Geen zin, nee, dat is het niet, ik kán het niet altijd. Heb ik uiteraard niet over grote keuzes, nee, in het dagelijks leven. Ik koop zakje patat. De uitbater vraagt: “Wat doen we erop?” Ik zeg: “Met.” En dan zie ik de lijst links van... lees meer
-
In mijn directe omgeving leest niemand Libelle. Ik geloof niet uit principe, maar men komt er niet toe. Daarom kan ik het ook niet hebben over de 85steverjaardag van het tijdschrift dat het nog steeds goed doet, beter dan Margriet. Ik las vorige week een interview met de hoofdre... lees meer
-
De eerste keer dat ik de Matthäuspassion helemaal hoorde, herinner ik me sterk. Was in de middag van Goede Vrijdag 1975, dus vrij laat in mijn leven, maar daarvoor dacht ik dat ik niets had met de muziek van de generatie die niet de mijne was. Ik bleef lang puber.
-
Is een standaarduitdrukking geworden: “Ik word er niet blij van.” En altijd denk ik: blij, blij, het is nogal wat, blij. Maar goed, ik word er niet blij van als ik lees dat veel ziekenhuiszorg nutteloos is. Is onderzocht, op verzoek van onder meer de ziekenhuizen zelf.
-
Een verhelderende ervaring: ik zit boven een artikel over lichaamsvet en ineens merk ik dat ik niet meer weet wat ik aan het lezen ben. Het stuk is geschreven met het oog op de naderende zomer. In de zomer kijken we anders naar elkaar en zien we scherper wie te zwaar is en wie n... lees meer
-
Soms is er de vraag of je iets over wilt doen. In je leven, bedoel ik. Nee, denk ik dan meteen. En nog een keer: nee. Terwijl ik dat nu opnieuw denk, voel ik dat het iets te ongenuanceerd is. Er waren zéér gelukkige momenten, zéér gelukkige periodes, ik wil er best naar terug, m... lees meer
-
Heel veel hoeft er niet te blijven, maar zodra iemand het heeft over `wegdoen’, ben ik toch een beetje op mijn hoede. Wegdoen vind ik nogal iets. “Deze week ga ik een heleboel boeken wegdoen,” hoor ik een vriend zeggen. Snap ik, is ook nodig, maar toch. Komt door het woord `wegd... lees meer
-
Zaterdagavond speelde ik een rol op een bonte literaire avond, veel publiek, levendige sfeer. In de pauze sta ik met een van de organisatoren te praten als ik een man met een luier om zie. Hij drinkt een pilsje. Jaar of veertig. Blote benen, witte sokken, witte gymschoenen en ee... lees meer
-
Vergeten hoe ze heten: betaalpalen? In de supermarkt, bedoel ik. Dus niet aan de kassa betalen, maar geheel contactloos. In de supermarkt om de hoek is deze manier van doen een maand of vier gangbaar, maar gelukkig staat er nog steeds een caissière bij die geen caissière meer is... lees meer
