Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Efficiënt

Het lijkt me een leuke film van Maike Meijers. Wen Er Maar Aan heet die en ik moet er nog heen. Als ik het goed begrijp is de hoofdpersoon een actrice die worstelt met de overgang. In een scène heeft ze in haar broek geplast en probeert die droog te krijgen door in een moeilijke houding te gaan liggen onder een apparaat dat je handen droog blaast. Ben benieuwd hoe deze situatie eindigt.
Lang geleden overkwam me iets dat daarop leek. Ik schreef er een kort verhaal over. Ik had niet in mijn broek geplast, maar het zag er wel zo uit. 
Was op een tuinfeest. Ik moest naar de wc en die bevond zich in de badkamer van het huis. Belangrijk hier te melden dat ik een dunne witte broek aan had. Ik moest even op die wc zitten en toen ik opstond zag ik pas dat de vloer net was schoongemaakt. Die was nog nat en mijn broek ook, merkte ik toen ik die weer omhoogtrok.
Daarin kon ik niet de tuin in. Ja, kon wel, maar dan moest ik de hele tijd zeggen dat ik echt niet in mijn broek had geplast, woorden die het niet goed doen op een tintelend feest in de open lucht.
Ah, daar hing een föhn! Daarmee ging ik aan het werk. Af en toe hoorde ik dat iemand de deur wilde openen, maar ik probeerde me daar niets van aan te trekken, wat best moeilijk was. Laat ik het zo zeggen: je wordt er enorm zenuwachtig van.
Ook besefte ik dat die föhn te horen was. Kon natuurlijk. Waarom niet? Het geluid van een föhn hoort in een badkamer thuis.
Het duurde allemaal best lang. Misschien föhnde ik niet efficiënt.
Ineens hoorde ik een zinnetje waarmee ik niet uit de voeten kon. Nog steeds niet. En daarvoor ook niet. Blijkbaar wist iemand dat ik in die badkamer was: ‘Thomas, wat ben je toch allemaal aan het dóen?’