Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Geluk

Dinsdag overleed Sjoerd Kuyper, schrijver van een lange reeks prachtige boeken, vooral voor kinderen. Ruim vijftig jaar geleden ontmoette ik hem voor het eerst, op een feestje van een uitgeverij. Iemand stelde ons aan elkaar voor en ik zag aan Sjoerd wat ik meteen wist en wat hij ook aan mij moest zien: het had niet anders gekund dan dat we elkaar tegenkwamen, vanaf nu blijven we in elkaars leven.
Wat je vaker hebt: als mensen elkaar ontmoeten en meteen een band voelen, blijven ze altijd de mensen van dat unieke, gelukzalige moment. Het leven gaat door, op hoge snelheid, nog steeds, maar dat moment is en blijft zoals dat moment was, steeds verder terug in de tijd, maar toch maar een paar minuten geleden, een uurtje misschien. Sjoerd heb ik nooit anders gezien, de jongen van ruim vijftig jaar geleden. 
We zaten op terrassen als die jongens, waren die jongens op feesten, op de presentaties van onze boeken, tijdens de gelegenheden waarop we elkaar toespraken, in honderd cafés. Sjoerd zei altijd: ‘We zijn iedere dag, jarig, jij en ik, en als we elkaar zien gaan we dat voluit vieren.’ Hebben we gedaan. Overal in het land, maar vooral in het dorp aan zee, waar hij woont en ik vaak ben. Toen we zeventig werden vonden we dat belachelijk, een misverstand waaraan we geen woorden vuil maakten.
Ik ken geen schrijver die zo intens over geluk schreef, vooral het kleine geluk dat het alledaagse kan veroorzaken.
Hij was een maand of vijf ziek. Toen ik hem voor het laatst sprak, zat de dood hem al meedogenloos op de hielen, maar we lachten die weg als de jongens van toen, mooie namiddag in de late zomer. 
Ineens is het ruim vijftig jaar later na onze eerste ontmoeting, ineens een hemel vol herfst.