In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Glibbert
Je zit in een café met een vriend te praten en ineens zet de ober een schaaltje met noten op tafel, van die noten die na een uitvaart `luxe noten’ heten. De ober zegt: `Wat te knabbelen voor de heren.’
Sympathiek gebaar, zeker in de schrale januarimaand, maar toch huiver ik. Komt door het woord `knabbelen’. Misschien lichte aanstellerij, maar ik verdraag het nauwelijks.
Zelfde geldt voor `knapperig’. Als op de toonbank van de bakker een bordje staat waarop te lezen valt dat het stolbrood lekker knapperig is, wil ik meteen weer de buitenlucht in, terwijl het best fantastisch stokbrood kan zijn, mits met knapperig de korst wordt bedoeld.
Of: iets lekkers bij de koffie. Lekkers. Bah. Niet dat het erom gaat dat ik zelf wil bepalen of ik het lekker vind, het woord glibbert me te behaagziek, terwijl ik het niet erg vind te zeggen dat ik het lekker vind wat er naast de koffie staat. Maar iets lekkers, nee.
Opvallend dat het allemaal woorden in de consumptiesfeer zijn.
Maar ik heb het ook met knuffelen. Hoe het kan, geen idee, maar zondag wist ik al dat het vandaag Wereld Knuffeldag is. In het Engels: Internationale Hug Day. Doel: mensen aan te moedigen elkaar te knuffelen om liefde, verbondenheid en troost te delen, en om het belang van fysiek contact te benadrukken.
Nu weten we allemaal dat fysiek contact in deze tijd linke soep is. Je bent al gauw grensoverschrijdend bezig. Maar goed, ik heb dus last van het woord knuffelen, terwijl het om een handeling gaat waarvan ik in sommige gevallen een groot voorstander ben. Maar het woord! Het ligt er wel aan wie het uitspreekt en in welke omstandigheden. Ik ben dubbel, zoals dat zo raar heet.
Moet er met iemand over praten, maar ja, wie?
