In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Nagelvijl
Ieder jaar in deze week hetzelfde: “Die gedichten knal jij er natuurlijk zo uit.” Omdat schrijven mijn werk is dus. Maar dat is ander werk dan het maken van sinterklaasgedichten. Ik knal er niets huphup uit en sinterklaasgedichten al helemaal niet.
Komt ook door mijn opvoeding. Mijn moeder dichtte een beetje zoals ze praatte, op volle zachte kracht, in veel woorden zat een lach en op vrij willekeurige momenten voegde ze een rijmwoord in. Gedichten waren goed te begrijpen, maar niet altijd makkelijk hardop te lezen, want ze hadden een volstrekt eigen ritme. Laat ik zeggen: punk.
Mijn vader pakte het hartstikke artistiek aan, lange zwierige gedichten, de eerste letter van iedere regel vormden ook een woord of een paar woorden, je was na afloop buiten adem.
Mijn zusjes en ik zijn er nooit overheen gekomen.
Ik houd het bij eenvoud. Als ik complex en veelzeggend wil doen, wordt het gedicht puddingachtig. En ik vind het helemaal niet erg als het soms wat kromme mededelingen zijn. Alsjeblieft niet te lang.
Als ik één advies mag geven, hoewel ik enorm besef dat ik absoluut geen autoriteit ben: van het hoogte belang is dat je wéét wát je wilt zeggen. Vind ik bijna altijd van het hoogte belang, maar zeker bij sinterklaasgedichten. Dus niet op zoek naar rijmende regels gewoon maar losgaan. Geen rare omtrekkend bewegingen maken rond het cadeau. En zeker dat niet gaan prijzen!
Niet:
Voor Joris geen wolvenklem of fijne hakbijl.
Dit jaar komt Sint met een nuttige nagelvijl.
Waar het om gáát: waaróm die nagelvijl? Waarvoor heeft Sint zich geschaamd? Ga in het gedicht trefzeker af op een situatie waarin je dacht: Joris heeft een nagelvijl nodig.
Zet die omstandigheden losjes neer. Klaar.
