In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Onderkomen
Met open mond zitten lezen: stuk over het nieuwe kamperen, gisteren in deze krant. Of lezen, nee, vooral kijken. Tenten voor glampinggasten. Dat is het woord: glamping. Natuurlijk over gehoord, ik leef niet onder een steen, maar me nooit zo in verdiept, ook omdat ik op een andere manier vakantie vier, niet béter, ánders.
Goudmijn, begrijp ik. Neemt daardoor steeds hogere vlucht. Samengevat: mensen willen kamperen, maar het vooral kamperen noemen, terwijl het weinig met kamperen te maken heeft, behalve dat er veel open lucht om je heen is en je een terrein deelt met anderen. Ik ben voorzichtig met het woord ‘beleving’, wordt immers te vaak misbruikt, maar het is een ander soort beleving.
De kampeervakanties in mijn leven staan me helder bij, ook moet ik ervoor terug naar de vorige eeuw. Wat ik vooral leerde, is dat je ergens doorheen moest. Min of meer alles wat je doet, is zicht- of hoorbaar. Ik kom niet weer met het slappe voorbeeld van met een toiletrol over de camping lopen, maar ik weet zeker dat het op den duur goed is voor je zelfvertrouwen.
Of de afwas doen tussen mensen die ook de afwas doen. Dan moet je ook wat zeggen, het liefst over iets wat niet om te véél aandacht vraagt, basaal communiceren. Ook nuttig.
Heb ik het niet eens over het opzetten van de tent. Met je geliefde. Als dat goed gaat, weet je dat je relationeel voorlopig op rozen zit.
Voor kampeerders is dat allemaal gesneden koek, laat ik erover ophouden. Voor glampingers is deze gang van zaken vast verdwenen onder het zand van de tijd.
Ik stel me voor dat ze hun onderkomen betreden, vol verwachting, maar ook met de felle nonchalance die verwende Nederlands eigen is, en dan zeggen: ‘Wat we missen, zijn washandjes.’
