Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Verwelkomen

Was me helemaal ontgaan dat Angela de Jong het Nederlandse volk had opgeroepen wat intenser aan voortplanting te doen. Ja, er kwamen volgens haar te weinig kinderen bij. Ze richtte zich vooral tot jonge mensen.
Een van die jonge mensen bracht me op de hoogte.
`Wie zei dat, zeg je?’ vroeg ik.
`Angela de Jong.
Werd even stil in mijn hoofd.
Ik dacht aan mijn ouders. Toen zij jong waren bestond Angela de Jong nog niet, een andere tijd. Wel was er de pastoor, `menéér pastoor’. Toen mijn ouders een jaar bij elkaar waren, kondigde hij aan op bezoek te komen, die avond nog. Mijn ouders zetten haastig een doos sigaren en fles wijn van topkwaliteit op tafel. Dat moest, hoorde bij de geloofsbeleving.
Was er zelf dus niet bij, terwijl het wel min of meer over mij ging, want de pastoor vroeg hoe het zat. In die woorden: ‘Mag ik vragen hoe het zit?’
Mijn ouders waren in hoofd nog druk met hun jonge leven en vroegen zich af hoe wat precies moest zitten.
Mijn moeder citeerde hem later graag: `Wanneer mogen wij een klein kindje verwelkomen?’ Ze vond die vraag `ontzettend klef’ klinken.
In die dagen hield de rooms-katholieke kerk dit soort zaken scherp in de gaten. Moest van God. Wat ik al zei: Angela de Jong was er nog.
Toen ik er een klein jaar later bijna was, al een dikke week te laat, wandelden mijn ouders in de vroege avond door de buurt. Het sneeuwde. Ze kwamen de pastoor tegen die bezorgd vroeg waar ik bleef. Mijn moeder keek moe. De pastoor zei dat hij haar buik zou zegenen. Echt waar. Mijn moeder vroeg of ze haar buik dan moest ontbloten. Nee, hoefde niet: de zegen ging overal doorheen. De pastoor zegende haar aandachtig, daar in de sneeuw.
Soms denk ik dat ik er nog steeds bij baat bij heb.