Soms vergelijk ik mensen met dieren. Dus dat ik met iemand zit te praten en al snel een vergelijkbaar dier zie. Weet niet of ik het goed uitleg. Bijvoorbeeld een poes. Of een geschrokken vogeltje – ik denk nu aan een vriendin die nooit schrikt, maar er toch uitziet als een geschrokken vogeltje. Een caissière hier in de buurtsupermarkt vind ik een echte Mevrouw Schaap. Beren doen het ook prima. Beertje! Honden natuurlijk ook en het helpt als de baasjes op hun honden zijn gaan lijken, wat vaak gebeurt.
De uitdrukking `iets onder mijn schoen houden’ kende ik niet. Wel: onder de pet. Wil zeggen dat je iets weet, maar het niet zegt. Je kunt het er ook niet over hebben, ik bedoel dat je ook níet kunt zeggen dat je iets weet wat je voor je houdt. Dan wéét immers niemand dat je iets weet waarover je niets zegt. Maar het geeft natuurlijk wel een zekere status: onder jouw pet zit iets wat je daar (voorlopig) laat zitten. `Onder mijn schoen’ kan dus ook. Ik hoorde de heer Wilders het zeggen. Die heeft een geheim waarover hij in een geheim debat van gedachten wil wisselen.
Als iemand heel erg zin in iets heeft, kun je er zelf ook zin in krijgen. De zak patat met mayo van Dafne Schippers. Daar zag ze naar uit, zei ze toen ze eergisteren op Schiphol was gearriveerd. Alles aan Dafne Schippers is in orde. Ik hoop zo dat dit niet verandert, maar gelukkig wijst niets daarop. Dat ze een tijdje in China was, maakt haar verlangen naar patat krachtiger. Ooit had ik een vakantiebaantje in een Chinees restaurant. Drie weken at ik daar twee keer per dag.
Als iemand heel erg zin in iets heeft, kun je er zelf ook zin in krijgen. De zak patat met mayo van Dafne Schippers. Daar zag ze naar uit, zei ze toen ze eergisteren op Schiphol was gearriveerd. Alles aan Dafne Schippers is in orde. Ik hoop zo dat dit niet verandert, maar gelukkig wijst niets daarop. Dat ze een tijdje in China was, maakt haar verlangen naar patat krachtiger. Ooit had ik een vakantiebaantje in een Chinees restaurant. Drie weken at ik daar twee keer per dag.
Je hoort vaak dat mensen die aan het sterven zijn, hun leven `als een film’ aan zich voorbij zien trekken. Dat we dat weten komt uiteraard doordat het door sommigen kon worden naverteld. Ik lees een artikel over een van de helden uit de Thalys van Amsterdam naar Parijs, op 21 augustus. Het is de Frans-Amerikaanse docent Mark Moogalian. Hij stortte zich op de terrorist, maar die schoot hem neer met een pistool.
Het televisieprogramma `Man bijt hond’ gaat verdwijnen. Het is erg populair, begrijp ik. Dat zal niet de hoofdreden zijn waarom het weg moet. Een woordvoerster zegt dat publieke omroep wil vernieuwen en verjongen. Daarom. Het zijn toverwoorden: vernieuwen en verjongen.
Vaak is een schadevergoeding natuurlijk terecht, maar ik vind het soms ook gezeur. Laatst las ik over mensen die in Zwolle of Zutphen (was een stad of dorp met een Z, maar niet Zaandam of Zierikzee) die een tak op hun hoofd hadden gekregen. Ze eisten van de gemeente schadevergoeding, omdat de gemeente wist dat die tak los zat.
Wat plat amusement is, weten we allemaal, maar wat is het tegendeel ervan? Ik heb het natuurlijk over staatssecretaris Sander Dekker die `Hilversum’ wil reorganiseren. Informatie, educatie en cultuur, daar moet het op televisie over gaan, althans op televisie die we met ons allen financieren. Ik moet niet meer zeggen dat ik ergens geen verstand van heb, maar ik beken het in dit stukje waarschijnlijk twee keer. Ik heb er geen verstand van, maar – open deur - denk dat de publieke omroep minder belangstelling krijgt.
De dag na de verijdelde aanslag in de Thalys hoorde ik op de radio een verslaggever die op het Centraal Station in Amsterdam stond, op het perron waarvandaan de Thalys een paar keer per dag vertrekt. Aan reizigers werd gevraagd of ze gecontroleerd waren en of ze meer agenten hadden gezien. Op beide vragen was het antwoord ontkennend. Dat viel de verslaggever hoorbaar tegen. Hij probeerde die teleurstelling ook bij de reizigers op te roepen, maar dat lukte niet. Twee van hen zeiden dat het overal kon gebeuren.
Iedereen zal het kennen: je haalt een lang verlengsnoer uit het schuurtje en daar kun je dan niet meteen mee aan het werk, omdat de vorige gebruiker het slordig heeft opgerold. Of opgerold, het is niets eens opgerold, het is nonchalant in elkaar geflanst. Het is dus een lang verlengsnoer, 25 meter, en dan ben je een tijdje bezig met de boel hanteerbaar te maken.