In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Uitweg
De betekenis aan het woord `niks’ is breed. Denk bijvoorbeeld aan een zinnetje dat we in onze kindertijd vaak uitspraken: `Ik heb niks gedaan.’ Meestal had je dat wel, maar je beoordeelde dat niet als storend. Of je had juist iets anders gedaan, terwijl je had moeten doen waarover je bestraffend werd toegesproken.
Of `niks’ als antwoord op de erg vervelende vraag: `Is er iets?’ Zelden steken we dan van wal. Ja, natuurlijk is er iets, maar dat is te veel om op te noemen. Of te moeilijk. Daarom zeggen we: `Niks.’ Daar hoort ook een geïrriteerde gelaatsuitdrukking bij.
Die neemt in hevigheid toe als er nieuwe vraag komt: `Echt niet?’
Gisteren in de brakke vroege ochtend liep ik met de vuilniszak naar buiten en meteen voelde ik dat waakzaamheid geboden was. Dat gevoel bedroog me niet: er stormde een gevlekte hond op me af, tussen groot en klein in, met hoorbare energie.
Achter hem striemde een vrouwenstem: `Hij doet niks, hoor!’
Honden die volgens hun baasjes niks doen, veroorzaken van alles waarvan je last hebt, terwijl je hun enthousiasme vertederend of grappig moet vinden. Wat is hier de betekenis van `niks’?
Deze huisvriend remde een meter of vier voor me af, bewoog zijn achterste heen en weer, bevond zich in een aanloop: er kwam zo een sprong waarvan ik het doel was.
Ik keek om me heen of er een uitweg was, de hond sprong, ik zette een grote stap opzij, voelde dat de vuilniszak me daarbij in de weg zat en het drong fel tot me door dat ik ging vallen. Vaak is er enige tijd tussen dat besef en de daadwerkelijke val en ik dacht: ik moet de vuilniszak tussen mij en het wegdek gooien. Lukte! Ik krulde eromheen. Hond likte mijn voorhoofd. Ik hoorde `Hier!’. Blauwe Maandag was begonnen!
