In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Wipwap
Op zonovergoten pinkstermaandag passeerde ik de speeltuin waar we een paar dagen daarvoor waren met Kes die sinds haar vierde verjaardag vaak zegt dat ze bijna vijf is. Nu was het er druk. Toen wij er waren niet.
Het is een speeltuin waar je een kaartje voor moet kopen, dat voor volwassenen uiteraard duurder is dan voor kinderen.
Toen ik vier, bijna vijf was namen volwassenen mij ook mee naar speeltuinen en mijn geheugen dat me meestal gul van dienst is, laat van die bezoeken weinig heel. Vage beelden, fragmenten van, van ja wat? Gewaarwordingen, misschien is dat het woord. Veel mul zand waar je doorheen moest banjeren, vlekken vergeeld gras, wachten voor speelinstallaties, harde zon aan de hemel, lauwe limonade, het verlangen elders te zijn. En wat daarbij hoort, ik zeg het in de woorden van nu, een schraal gevoel van eenzaamheid.
Groot woord, eenzaamheid, maar toch, dat is het wel. Ik was iemand die zich buitenshuis bijna nergens snel thuis voelde en in een speeltuin al helemaal niet, wat ook kwam doordat spelen verplicht was. Een taak.
Kes heeft daar geen last van. We zitten op schommels en de wipwap, staan wankel in mij onbekende toestellen en ik doe mijn best het enorm leuk te vinden, wat goed lukt omdat zij het vindt. Haar plezier ontroert me zelfs. Het langst is ze op de trampoline in de weer. Je mag dan een tijdje prikkelloos toeven op de bank die erbij staat.
‘Wel kijken!’ roept ze herhaaldelijk, wild springend.
Er is ook een kabelbaan over water. Het stoeltje maakt in het begin veel vaart, maar na die fase is het evenwichtige gang van zaken. Kes zit al in zo’n stoeltje, maar durft ineens niet: ‘Ga jij maar.’
‘Ik blijf liever bij jou,’ zeg ik. Kind van toen is er nog.
