Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Vrolijk

Met een klein beetje vlees in een klein zakje verlaat ik de slagerij en dan springt op straat een niet al te grote hond fel blaffend tegen me op. Ik heb geen verstand van honden, maar zie wel wat mij aantrekkelijk maakt.
De mevrouw die bij de hond hoort, wijst naar het kleine zakje en zegt: ‘Dat mag hij niet meer.’ Ze is imponerend lang, jaar of dertig, heeft een vriendelijk gezicht en veel blond haar dat ze chaotisch heeft gestructureerd. Ze ziet eruit alsof ze erg lang in de onstuimige herfstwind heeft gestaan.
Het hondje mag geen vlees meer, maar ja, als hij het wel had gemogen, stond ik mijn kleine beetje toch niet af.
De vrouw is nog niet klaar: ‘Vroeger was hij een schrokop, maar hij kreeg het aan zijn maag en nu is hij allergisch voor alle vlees, maar dat weet hij zelf niet.’
Woord dat je niet vaak meer hoort: schrokop. Komt uit een andere tijd toen het opvallend was als je dat was, maar nu vallen er ontzettend veel andere dingen op, meer dan ons lief zijn.
Ik ben beland in het praatje waartoe goedbedoelende instanties ons aansporen, het praatje dat `zomaar een praatje’ heet. De bedoeling is dat ik ook gezellig meedoe.
`Wat tragisch,’ zeg ik.
De vrouw knikt ernstig: ‘Maar gelukkig ben ik van nature de hele dag vrolijk. Dat helpt hem er doorheen.’ 
Het hondje kijkt nog steeds gretig naar mijn zakje vlees. Hij gromt er zacht bij.
Ik zeg: ‘Wat is dat fantastisch, de hele dag vrolijk zijn.’
Is het probleem van zomaar een praatje: hoever ga je, wanneer werk je naar een afsluiting toe?
‘Ach, het is beter voor alles,’ zegt de vrouw. 
Ik zeg dat ik met die mooie gedachte weer huiswaarts ga. Wanneer ik voor de hoek achteromkijk, zit ze op haar hurken bij het hondje. Ze aait hem teer.