Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Fier

Als kind vond ik nieuwe schoenen lastig. Behalve dat ze nog lekker moesten gaan zitten (‘inlopen’ noemde de man in de winkel dat), was het vervelend dat ze er zo nieuw uitzagen. Je voelde je meteen een stuk braver dan je was, een veel te net jongetje. Je hoorde die eerste dagen vaak: ‘Zo knul, nieuwe schoenen?’
In die tijd had ik al moeite met de overbodige vraag. Ergens nat binnenkomen: ‘O, regent het?’ Aanbellen bij het huis van een klasgenoot, moeder die opendoet: ‘Heb je het kunnen vinden?’ Allemaal goed bedoeld, om ons omgangsvormen soepel te houden, maar toch wist ik nooit wat ik moest zeggen.
Op de nieuwe schoenen smeerde ik bijvoorbeeld modder, soms ging ik er zelfs met een schuurpapiertje overheen, maar dat vond mijn moeder een teleurstellende gang van zaken.
Dinsdag was de zomer voorbij. Het licht in de lucht zag er nog goed en welwillend uit, maar er stond een felle herfstwind die van het najaar een serieus en kil karwei maakte.
Ik stak mijn neus buiten de deur en zag een buurvrouw op die fiets die riep: ‘Het is weer tijd voor handschoenen.’
Ik ben dan even in de ban van gedachten over alles wat voorbijgaat en telkens toch weer opnieuw begint, het ritme van de seizoenen, het jaar waarvan het eind in zicht komt. Maar ik moet ook naar buiten. Dus, ja, de nieuwe winterjas!
Nog voor ik de hoek bereik, moet ik erover praten: ‘Zo, nieuwe winterjas, buurman?’
Je moet dan wat zeggen, maar ja, wat? Je wilt voorkomen dat je in een gesprek belandt over iets wezenloos, zo’n gedachtewisseling waarvan je slap haar krijgt en nieuwe rimpels rond de mondhoeken. 
Het is eruit voordat ik erg in heb: ‘Ik hoop hartstikke op sneeuw.’
Vervolgens begeef ik me fier op weg richting Noordpool.