Een vrouw loopt op straat met welluidende stem een lied te zingen. Ze ziet er vrolijk uit en heeft witte zomerkleren aan. Haar blonde haar schiet alle kanten op. Opvallende verschijning. Voorbijgangers kijken verbaasd op, stoten elkaar aan. Mooi aan haar vind ik dat het haar niets kan schelen. Ze zingt gewoon lekker door en beweegt zich licht swingend voort. Liefst zou ik nog even achter haar aan lopen, maar dat doe je niet. Ja, waarom doe je dat niet? Omdat het misschien een beetje raar is.
In de boekwinkel wijst een bevriend verkoper naar een boek over het oude Egypte. Het gaat over voorwerpen die in het graf van farao Toetanchamon zijn aangetroffen, onder meer twee trompetten. Het geluid ervan is ooit te horen geweest in een radio-uitzending van de BBC, lang geleden alweer. Maar over dat geluid gaat het ook in het boek. De boekverkoper had het aangrijpend gevonden en ik snapte ook waarom: ineens hoor je iets wat ruim duizend jaar voor Christus te horen was. We konden ons al van veel een voorstelling maken, nog niet van het geluid uit die tijd.
Kan niet problematisch zijn dat ik iedereen het beste gun. Komt uit mijn opvoeding voort en ik heb die instelling in de loop der jaren verfijnd. Voordeel ervan is dat ik nooit jaloers ben. Ja, sóms zou ik best iemand anders willen zijn, een befaamd regisseur of een schilder van wie de hele wereld werk aan de muur wil hangen, maar zo’n verlangen heeft volgens mij niets met jaloezie te maken, meer met bewondering, maar zeker weten doe ik het natuurlijk niet, want ik weet niets zeker.
Op weg naar Alkmaar zag ik op een brug in de verte vlaggen staan, zeker een stuk of twintig, blauw boven. Warme namiddag, het blauw van de hemel was lichter dan dat van de vlaggen, maar ik vond het toch een compositie. Heb ik al gauw met kleuren.
In de zomer van 2020 verscheen er van sportjournalist Kees Jansma een biografie over Wesley Sneijder, titel: Sneijder. In een interview zei Jansma dat het een karwei was dat hem vaak versomberde, vooral omdat er met Wesley geen afspraken te maken waren. Hij was er min of meer van overtuigd dat Wesley het boek niet had gelezen, want daarvoor zou hij de concentratie niet kunnen opbrengen en daarbij was hij te veel met zichzelf bezig. Of Jansma dat laatste zei, weet ik niet zeker, maar ik meen het me te herinneren.
Een organisatie die me uit het hart gegrepen is! Gisteren las ik erover in deze krant: het Ministerie van In Onbruik Geraakte Zaken. Het moet een museum worden, maar is het nu nog niet. Het is een depot vol dingen die ooit nieuw en nuttig waren, maar verdwenen zijn onder het zand van de tijd. Voorbeelden die genoemd worden zijn onder meer de lettertang en de peterseliesnijder.
Een organisatie die me uit het hart gegrepen is! Gisteren las ik erover in deze krant: het Ministerie van In Onbruik Geraakte Zaken. Het moet een museum worden, maar is het nu nog niet. Het is een depot vol dingen die ooit nieuw en nuttig waren, maar verdwenen zijn onder het zand van de tijd. Voorbeelden die genoemd worden zijn onder meer de lettertang en de peterseliesnijder.
Dat het één woord is, wist ik niet: langstzittend. Ik kwam het tegen in Trouw, in een artikel over onze premier. Die is dus langstzittend. Je zou dan zeggen dat langzittend ook bestaat, en langerzittend, maar dat is niet zo. Alleen: langstzittend. Ik zag het nooit elders, terwijl er toch meer mensen langstzittend moeten zijn. Voorzitters, echtgenoten die nauwelijks bewegen, en zo zullen er nog wel wat voorbeelden te bedenken zijn. Je komt er niet spontaan op.
In mijn werkkamer klinken vaak rustgevende geluiden. Die laat ik door Spotify aanleveren. Het zijn er twee, twee keer regen. Regen één is regen zoals wij die in ons land kennen, regen twee een tropische regenbui. Het verschil ertussen is niet groot en dan heb ik het nu over het geluid. De tropische regenbui klinkt iets natter, terwijl er in de Nederlandse regenbui zich af en toe het gegrom van onweer in de verte mengt, niet al te hard, want dan is het niet rustgevend meer.
Het koffiecafé is nog gesloten op de prille zondagmorgen, maar de bank ervoor is uitnodigend. Een meisje zit er een dikke pocket te lezen. Ze knikt vriendelijk wanneer ik aan de andere kant ga zitten, met een katern uit een krant. Ik doe alsof ik daarin lees, maar kijk naar het tafereel aan de overkant: man en vrouw zijn bezig een niet al te grote auto met vakantiebagage vol te stouwen. Ik geloof dat de man de leiding heeft over dit proces. Er kan niet veel meer bij, maar toch moet er nog best veel in.