Vandaag vergaderen de Nederlandse bisschoppen. Uiteraard wist ik dat niet, ik las het. Interessant verschijnsel, de Nederlandse bisschoppen. Wie weet wat ze doen? Ik stel deze vraag zonder ironie. Ik ben katholiek opgevoed, maar dat aspect van mijn opvoeding liet ik achter me toen ik begin twintig was, nog rijkelijk laat. Mijn ouders ontleenden veel aan de kerk, maar stopten met hun lidmaatschap toen die geleid werd door mensen als bisschop Gijsen. Dat was voor gelovigen uit de generatie van mijn ouders een moedige stap.
Hoewel ik tégen vooroordelen ben, heb ik ze zelf ook. Wie niet trouwens? Ik woon in een buurt waar je meestal lang moet zoeken naar een parkeerplaats. Schuin tegenover het huis is er een gereserveerd voor die parmantige rode autootjes van de firma Greenwheels. Die kun je huren. Ik heb het nog nooit gedaan, maar het lijkt me handig als je geen auto hebt.
Vrijdag knipte ik uit deze krant een bericht over de trein naar Zwolle die in de late avond urenlang stilstond in de buurt van Wychen. Het licht was ook uitgevallen. Airco idem dito. De toiletten liepen over en begonnen te stinken. Een woordvoerster van de NS zegt: `Dit mag niet gebeuren.’ Gelukkig een helder standpunt. Waarom knip ik zo’n bericht uit? Ik stop het in mijn binnenzak, want ik heb het graag bij de hand.
Verbazingwekkend grafiekje over winkeldiefstal: Nederland staat op de tweede plaats. Onder Mexico. Helemaal onderaan: Noorwegen. Maar ja, in Noorwegen gebeurt helemaal niets. De Noren hebben hun handen vol aan introvert te zijn, denken verdere nergens anders aanen als ze toevallig in een winkel zijn, hebben ze dat niet eens in de gaten. Paar jaar geleden zag ik een man uit Albert Heijn rennen. Een zware man met lang, grijs haar. Hij werd achtervolgd door een medewerker van de supermarkt. Dat was een kwieke jongen, maar toch wist de man te ontkomen.
Als prinses Laurentien spreekt, ga ik altijd wat rechter zitten. Niemand praat zo deftig als zij. Haar schoonmoeder kan er ook wat van, maar bij haar is het natuurlijker. Toen prinses Laurentien nog Petra heette en besloot dat die naam te huiselijk was voor een prinses, ging ze ook anders praten. Zoals prinsessen in slechte toneelstukken. Wanneer ze haar eigen naam had gehandhaafd – prinses Petra, wat klinkt dat lekker fris – was er waarschijnlijk niets aan de hand geweest.
In het ziekenhuis waar ik zo nu en dan kom, als patiënt, als ziekenbezoeker, in beide gevallen als mens, staan bij de ingang een stuk of tien blauwe rolstoelen, bedoeld voor hen die slecht ter been zijn. Ze zijn blauw van kleur (het blauw van de zee in de zomer) en zien er aantrekkelijk uit. Ook als je niet slecht ter been bent, krijg je zin er even in te gaan zitten en een rondje door het ziekenhuis te rauzen. Dat het snel kan, is ook aan de stoelen te zien. Ze hebben een lichte uitstraling. Aan de achterkant is een stok bevestigd die omhoog wijst.
De twee pandaberen die we van China te leen hebben, heten Wu Wen en Xin Ya. Dat is op een persconferentie bekendgemaakt. Ik houd erg van het woord `persconferentie’ als het gaat om dit soort kwesties. Ze zijn dus te zien in het Ouwehands Dierenpark in Rhenen. Ik heb weleens in een dierentuin in het buitenland een pandabeer gezien, misschien zelfs wel twee, maar we hoeven niet te rekenen op grappige vertoningen. Daarvoor gaan de meeste mensen toch naar een dierentuin, in de hoop dat de dieren iets koddigs laten zien. Een pandabeer doet dat niet.
Wat ik niet wist, was dat ons zieke koningin vorige week vervángen moest worden. In China dus. Blijkbaar werd er tijdens dat staatsbezoek op een koning én een koningin gerekend, maar de koningin was er maar even bij. We weten allemaal wat haar mankeerde. Als ik koningin was zou ik dat lastig vinden, maar ja, als je vaag doet over de ziekte, gaat iedereen speculeren en dan krijg je weer de raarste geruchten. Zo gaat dat nu eenmaal met majesteiten. Zij doen niet vreemd, dat doen de onderdanen. Ik heb dat staatsbezoek niet zo gevolgd.
Wat ik zeer Hollandse woorden vind: het moet niet veel gekker worden. In de tijd waarin ik opgroeide was iets al gauw gek: `Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’ Zoiets neem je levenslang mee. Daarom kan veel me niet gek genoeg zijn, maar soms denk ik toch `Het moet niet veel gekker worden’. Ik merk dat ik dat doe wanneer er iets verdwijnt waarvan je je afvraagt waarom het moet verdwijnen. Kleine postkantoren bijvoorbeeld. Vuurrode brievenbussen. Postbodes met een pet op.
Nog even over vlees, want het gaat er de laatste dagen steeds over. En als je het woord `vlees’ vaak ziet staan, krijgt het iets, ja wat? Het wordt dan een kwestie van kauwen. Ik las dat vlees waarop je lang moet kauwen, weer populair wordt. Vooral in de toprestaurants. Houd ik niet van, lang op vlees kauwen. Dan ga ik er te sterk over nadenken, over het vlees dus.