Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Bedeesd

Avond ervoor waren we naar The Rolling Stones in de Amsterdam ArenA geweest, een bevriend collega, Thomas Rosenboom, en ik. Daarna hadden we veel bier en iets te veel Jack Daniël´s gedronken om het opwindende optreden te vieren. 
De nieuwe dag was slecht begonnen. Om half acht moest we in een radioprogramma zijn, want: “Wat leuk, twee schrijvers met dezelfde achternaam die naar de The Rolling Stones zijn gegaan.” Gesprek duurde nog geen vijf minuten en de voornaamste vraag was of we de Stones niet erg oud vonden (`ouwe lullen’). 
Andere Thomas haastte zich uitgeput naar huis. Ik was daar nog niet aan toe, het regende zeurderig en ik wilde de kater uit me wandelen. Daarom liep ik door smalle straten van Amsterdam. Het was daar nog erg rustig en de ochtendstilte kan goed zijn om de hoofdrommel een beetje te ordenen.
Toen zag ik hem staan, voor de etalage van een antiekwinkel, een etalage vol kleine zilveren spulletjes. Het drong eerst niet tot me door wie daar stond, een wat gebogen, dunne man in een heel erg donkerblauwe regenjas, de kraag opgeslagen, het grijze haar nat. Pas toen ik hem gepasseerd was, dacht ik: is dat niet…? Zogenaamd omdat ik iets in de etalage had gezien wat mijn aandacht trok, liep ik terug. En ik deed net alsof ik warme belangstelling had voor al die zilveren spulletjes, maar ondertussen stond ik toch maar mooi naast de drummer van de grootste rock-´n-rollband ter wereld. 
Ik wist dat hij antiek verzamelde, onder meer horloges. Ook dat hij een bedeesde man was. Daarom deed ik alsof ik hem niet herkende, maar graag had ik hem willen bedanken: “Mijnheer Watts…” Maar ja, hoe dan verder? O, die verlegenheid! 
We bleven gewoon twee mannen in de regen.