Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Misschien

Meestal gebeurt er wel wat als je niet alléén bij de papier- en flessenbak staat. Vaak een doodlopend gesprekje dat ongeveer zo begint: “Ja, ruimt lekker op” of zoiets. Van een afstandje bepaal je wat je gaat doen: introvert en contactgestoord het karweitje klaren of enige warme openheid manifesteren.
Gisteren stond een oudere dame zich secuur van kranten te ontdoen. Soms keek ze er nog even naar, alsof ze wilde controleren of ze die gelezen had. Het schemerde zacht. Hoewel het nog steeds januari is, lijkt het soms alsof er iets meer licht in de lucht zit.
Ze keek me aan toen ik de flessen in het gat liet vallen, nogal opgelucht omdat ik ze niet nog een keer leeg hoefde te drinken. Ik knikte hartelijk naar haar en zij zei: “Ah, nu zie ik het.” 
Wat moet je dan zeggen? Vragen wat ze ziet? Zijn typisch van die woorden die het initiatief bij haar houden. Ik doe mijn best niet ontmoedigend te kijken, wat me makkelijk afgaat want door dat beetje licht in de lucht zingt mijn humeur van hopsasa.
“Weet jij hoe het met Hanna gaat?” vraagt ze op bezorgde toon.
Ah, het bekende misverstand waarin je beleefd kunt verdwalen. Bijna een cliché. Ken een paar Hanna’s, maar geen idee hoe het met hen gaat. Ze vraagt vast niet naar een van die Hanna’s. Ik zeg dus meteen dat ik niet weet wie ze bedoelt.
“Ze woont tegenwoordig hier in de buurt, geloof ik,” zegt de vrouw, alsof ik niet heb gezegd wat ik zojuist zei. “We moeten misschien een beetje op haar letten.”
Ze knikt charmant en vervolgt haar weg. Ik wandel nog even door de buurt, om gedachten over iets anders te ordenen. Toch let ik vaag op. Je weet het niet. Zie ik ineens iemand aan wie ik schrikbarend lang niet gedacht heb? Wat dan?