Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Stokoud

In een vroege fase van mijn leven werd soms tegen me gezegd: “Je kunt wel merken dat je de oorlog niet heb meegemaakt.” Waren geen positieve woorden. Integendeel, het was de verpakking van een verwijt waarmee ik geen kant op kon. Was juist, ik had de oorlog niet meegemaakt, buiten mijn schuld, want ik was er toen nog niet. Maar goed, ik deed blijkbaar iets of klaagde over iets wat ik niet had gedaan als ik de oorlog wel had meegemaakt.
Tijdens de eerste feministische golf, waarvan ik stille getuige was, werd soms tegen me gezegd: “Je kunt wel merken dat je geen vrouw bent.” Was geen nuchtere constatering, nee, ik haalde iets in mijn hoofd wat ik beter niet had kunnen doen. Dat niet alleen, ik droeg het ook uit. Dat ik geen vrouw was, kwam niet door mij, maar dat moest je niet zeggen, want dat had er in wezen niets mee te maken. Wat ik wil zeggen is dat ik met dat soort onredelijkheid nooit sterk uit de voeten kon.
Zeggen we over een paar jaar ook tegen een volgende generatie: “Je kunt wel merken dat je de coronacrisis niet hebt meegemaakt.” Probeer me voor te stellen wanneer je met zoiets komt. Ja, op een verjaardagsfeest van vrienden gaat hun leuke kleindochter meteen bij je op schoot zitten, net meerderjarig en tintelend van levenslust. Ik ben stokoud en knorrig en er helemaal niet van gediend. Bovendien maak ik me zorgen over een lichte lijflucht die ik, hoop ik, alleen zelf ruik, ook daarom zeg ik het.
Laat op de avond, uiteraard niet té laat, kuier ik moeizaam naar huis, de warme avond geurt naar zomer, en vraag ik me af waarom ik zoiets doms zei. Ineens ben ik nog ouder dan ik al was. Ik heb slap haar en veel in mijn lichaam heeft geen zin meer met me mee te doen.