Jano van Gool

In de Pers

Vogel, met Bram van der Vlugt - Vijfentachtig is Bram van der Vlugt, bijna dan, maar zijn hoofd weigert dat feest te vieren. Liever leert het nog lange teksten.... - DICK VAN TEYLINGEN, theaterkrant in: Theaterkrant lees meer
Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Takelwagen

Wanneer ik mijn stokoude, stoere auto voor het huis op slot doe, stapt er uit de tomaatkleurige auto naast me een vrouw uit. Het is zo’n parmantige huurauto van Greenwheels. De vrouw zegt: “Thomas, mag je wat vragen?” Ik ken haar niet, zij mij dus wel. Ze is wat zo makkelijk heet, een aangename verschijning, met glittertjes op haar kleding. Ik zeg “Natuurlijk” en voel vaag De Man Van De Wereld in me wakker worden. Die leidt al enige tijd een sluimerend bestaan, ook omdat ik een paar weken weg ben geweest en een groot deel van de dagen in stilte doorbracht.
Ze vraagt: “Heb jij verstand van auto’s?”
Ze weet hoe ik heet, maar kent me niet, want anders had ze die vraag niet gesteld. De Man Van De Wereld in me zegt: “Een beetje. Wat is er aan de hand?” Die laatste woorden suggereren een oplossingsgerichtheid waarmee ik alsjeblieft zuinig moet omgaan.
Ze glimlacht opgelucht en zegt: “Ik weet niet hoe ik achteruit moet. Ja, je snapt: ik ken deze auto niet.”
Onze auto’s staan aan een gracht geparkeerd. Vooruit rijden is niet handig. 
“Laat maar ‘ns kijken,” zeg ik en ik neem achter het stuur van de huurauto plaats. Tot mijn schrik zie ik een versnelling. Daar ben ik slecht in. Ik zie voor me hoe ik dadelijk de gracht in rijd, ik zie de takelwagen. De Man Van De Wereld laat me nonchalant alleen. Ik moet niet raar gaan doen en zeg: “Mijn rijlerares heeft me strikt verboden in een andere auto dan een automaat plaats te nemen.”
De vrouw denkt vriendelijk over deze volzin na en dan: “Jammer, ik bel Greenwheels wel even.”
Ik vind het ook jammer, zo jammer dat ik mompelend afscheid neem. Als ik terugkeer van de supermarkt, is ze weg, de auto ook. Ik moet er iets aan doen, maar weet niet wat.