Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Zakdoek

Vaker dan ooit kijk ik televisie. Het zijn vooral de actualiteiten en praatprogramma’s, maar tussendoor zie ik ook van alles. Normaal (maar wat is normaal?) ging ik gauw iets anders doen, maar nu dikwijls niet. Het blijft bij fragmenten, want dan ligt er ineens een krant of tijdschrift naast me waaraan ik graag aandacht besteed. Maar toch. 
Ik zit ook minder snel te blazen dat iets onzin is. Dat vínd ik wel, maar ik leer ermee omgaan: zo is het nu eenmaal - zoiets. Terwijl ik van mezelf weet dat het woorden zijn die ik nauwelijks verdraag: het is nu eenmaal zo. Niets is nu eenmaal zo! Ja, dat je nat wordt als het regent, maar dat is het wel zo ongeveer.
Ik laat me ook makkelijk ontroeren. Als Robert ten Brink mensen bij elkaar brengt die elkaar lang niet meer gezien hebben, bij voorkeur in de buurt van het einde van de wereld, zoek ik al een zakdoek.
Overdag lukt het me niet. Dan is er Gezellige Televisie, van een tijd geleden. Het is net alsof ik dat van mezelf niet mag. Ik ben al min of meer levenslang thuiswerker en dan moet ik niet doen alsof het zomaar vakantie is. 
Soms een beetje, twee weken geleden een paar minuten uit Wedden Dat..?. Destijds zag ik het nooit, behalve bij griep. In het fragment van twee weken geleden werd Jos Brink voor de opgave gesteld tijdens de uitzending 30 in Nederland wonende Chinezen bij elkaar te brengen die het Wilhelmus zouden zingen. Ik zette de televisie vlug uit en ging in mijn werkkamer over tot de orde van de dag. Maar zo vreemd: af en toe stak plotseling de vraag op of het hem gelukt was. Eerlijk gezegd nog steeds. En ik ken niemand aan wie ik het kan vragen. Heb ik het niet eens over mijn rare nieuwsgierigheid naar hoe het klinkt.