Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Zeewaarts

Iedere dag ben ik even op het strand, meestal in de ochtend. Ik zwem en ga weer weg. Soms blijf ik een uurtje zitten. Er gebeurt niets spectaculairs, maar ik heb toch het gevoel ver weg te zijn van het gewone leven, waarbij ik als altijd onmiddellijk aanteken dat het gewone leven niet bestaat, omdat niets gewoon is. 
Veel mensen keren op het strand terug naar hun vroege kinderjaren, naar simpele genoegens die van groot belang zijn, zoals balspel. Er zijn ook ernstige strandgangers. Gisteren zag ik een man en een vrouw, grote Dirk-tas tussen hen in, met enige tegenzin door het zand ploeteren. Ze hadden veel lichaam mee te torsen en hun badpakken al aan, wat dadelijk werk scheelde. 
De man had de leiding. Hij wees naar een plek waar de vrouw zich meteen opgelucht liet zakken. De man pakte uit de Dirk-tas een groene houder met een punt eraan en ook een hamer. Hij jaste die houder met een paar ferme slagen het zand in. Vervolgens wipte hij een ding uit de tas dat een handig geconstrueerd parasolletje bleek, appelgroen. Handig maakte hij het operationeel en plaatste het geroutineerd in de houder. Vervolgens ging hij op de handdoek zitten die de vrouw had klaargelegd, zijn gezicht zeewaarts, benen gestrekt. Het parasolletje was te klein voor hen beiden, maar de vrouw bevond zich achter de rug van haar man, ook een vorm van beschutting. Al die tijd hadden ze niets tegen elkaar gezegd, zonder dat de sfeer vijandig was.
De vrouw ging met haar mobieltje in de weer en de man keek geconcentreerd naar de zee. Hij bewoog zich niet. Hij was kaal, maar had een grote witte snor, een soort kunstwerk. 
Ik keek waarnaar hij keek, maar mensen die naar hetzelfde kijken, zien nooit hetzelfde.