Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Zin

In mijn lagere schooljaren, niet zo lang geleden, maakte ik drie klassen een jongen mee van wie iedereen ontzettend gespannen werd, ook de onderwijzer. Hij was agressief, maakte veel lawaai en zocht bijna voortdurend ruzie. We waren bang voor hem en niemand vond het kinderachtig dat toe te geven. 
Hij was gelukkig vaak zogenaamd ziek. We wisten allemaal dat hij dan geen zin had in school. Had niemand, maar als hij weg was, werd het een stuk aangenamer. De meester gaf losser les, maakte grapjes en las aan het einde van onze werkdag langer voor, wat hij prachtig kon, zeker als die nare jongen er niet was, want die deed tijdens het voorlezen net alsof hij sliep of begon hard te lachen op spannende momenten. 
Ineens was hij weg. Ja, dat was hij vaker, maar de meester zei dat zijn ouders verhuisden naar Luik (`helemaal in België) en dat hij uiteraard meeging. Hij zei ook: “Hij komt nooit meer terug.” Die woorden die ik nog niet vaak had gehoord, Ik besefte dat het erg was als iemand nooit meer terugkwam, maar nu niet. Dat was te horen aan hoe de meester die woorden uitsprak. Die middag las hij langer voor.
De volgende ochtend merkte ik dat ik het helemaal niet vervelend vond naar school te gaan. Mijn moeder hoefde ook niet te zeggen dat ik op moest schieten. Lachend vroeg ze of de meester jarig was, want als meesters jarig waren, was het een andere schooldag dan andere. Spelletjes, film, limonade, bij mooi weer naar buiten. Ik schudde mijn hoofd en zei dat ik `gewoon zin’ had. Op weg naar school kwam ik klasgenoten tegen die ook vrolijk waren. Nu zeg ik: vrijer.
Altijd als ik door Luik rijd, gelukkig niet vaak, denk ik aan die jongen en aan de nieuwe tijd toen hij weg was.