Toen ik eindexamen had gedaan, was ik vergeten hoe het zat: word je gebeld door je klassenleraar als je gesláágd bent of belt hij dan juist niet? Of dus alleen als je gezakt bent of een herexamen hebt? Ineens was het ingewikkeld. Mijn ouders vroegen waarom ik niet beter had opgelet toen deze gang van zaken werd besproken. Op die vraag wist ik ook geen antwoord.
Perspectief is alles. Begrijpelijk dat er een dringend beroep op onze premier wordt gedaan dat woord om de zoveel zinnen uit te spreken. En het niet zomaar even noemen, er moet ook een beloftevolle glans omheen hangen.
Soms is dubbelop niet overbodig. Ik bedoel: een dreun is altijd fors, daarom heet het een dreun, maar het kan zijn dat die dreun zo’n heftige uitstraling heeft dat je best `forse dreun’ mag zeggen: Vierdaagse gaat niet door.
Op de alarmknop drukken als je naar de wc moet. Dat moet voorlopig in een vliegtuig. En natuurlijk anderhalve meter van elkaar zitten. Dus als iemand op de alarmknop drukt en daarna van de stewardess of steward naar de wc mag, is dat beter te zien dan wanneer het daar mudjevol is. Is dat erg? Nee, natuurlijk niet, de gang van zaken heeft een goed doel. Maar je wordt wel even terug in de tijd getorpedeerd, naar de jaren van leerplicht.
Van de mogelijkheid elkaar te zien terwijl je telefoneert, maak ik zelden gebruik. Ik hoor dat mensen dat prettig vinden nu we allemaal een beetje contactloos zijn, maar ik vind het lastig mezelf te zien terwijl ik praat. Je kunt je hoofd tot een minimum beperken, maar toch blijft het zichtbaar. Krijg ik bijvoorbeeld de vraag hoe het gaat. Soms kan ik antwoorden: “Fantastisch!” Op dat antwoord moet ik zuinig zijn, maar het is er ineens uit.
Als mijn vader een boek kreeg of kocht, schreef hij voorin altijd zijn naam en de datum van die dag. De avond voor zijn crematie liep ik langs zijn boekenkast, pakte er hier en daar een boek uit en merkte dat ik ook in een soort dagboek van zijn leven verzeild was geraakt. Ik zag en las in welke dagen er iets aan hem was toegevoegd, een denkbeeld, een inzicht, een avontuur, amusement.
Altijd als er ergens een interview staat met de Nijmeegse hoogleraar psychologie Ap Dijksterhuis, lees ik dat graag. Alleen al omdat hij geluksprofessor wordt genoemd. Ben ik vaag jaloers op. Gisteren werd ik in deze krant op mijn wenken bediend. “Ga iets doen, daag jezelf uit” staat er boven dat interview. Krijg ik er meteen zin in, in dat interview en doen wat daar staat.
In deze tijd mag je je niet meer tegen te veel verzetten. Een best belangrijke vraag is wat ertoe doet en wat niet. Ik ben geen liefhebber van woordspelingen, maar mij hoor je niet over `Woningsdag’. Nee. Ik begrijp dat `Balkoningsdag’ ook is overwogen. Prima. Hoe ik mezelf die dag op de stoep voorstel terwijl ik hard het Wilhelmus zing, daarover een andere keer.
De herrie bij 50plus moeten we als een verzetje zien. Is net als bij sommige Bekende Nederlanders: als ze een tijdje geen aandacht hebben gehad, gaan ze iets bedenken, een lied zoiets. En daarover mogen we ons even vrolijk maken. Het moment is niet gelukkig. De wereld is in de war, iedereen is bezorgd of bang, ga zo maar door, en dan ontstaat er binnen de ouderenpartij een conflict rond voorzitter Geert Dales. We hoeven er geen mening over te hebben, maar wat ik al zei, het is een verzetje en daarom mag het ons best een minuutje bezighouden.
Een ritje naar boven maken en dan weer uitstappen. Dat hoorde ik iemand zeggen en het ging niet over reïncarnatie. Nee, het was iemand van een beleggingsbank. Hij had het over mensen die nu ineens aandelen gingen kopen. Ik kan er niet te veel over zeggen, want heb er geen verstand van en vind ook niet dat dat per se hoeft. Als ik het in eigen woorden probeer te begrijpen: door de crisis gaat het slecht met een bedrijf, je investeert er geld in en als het dan weer goed gaat met ons allemaal, dus ook met het bedrijf, krijg je een deel(tje) van de winst.