Waar ik niet tegen kan, is in het openbaar een beetje op je donder krijgen. Had ik op school al. Erger dan de donderpreek vond ik mijn onvermogen er luchtig bij te kijken.
Uitstekend bericht dat Nederlanders meer bewegen dan andere Europeanen. Uiteraard gaat het om bewegingen als fietsen en rennen, dat soort dynamiek. Wandelen en tuinieren horen er ook bij. Ik wilde zeggen: bewegen dat niet per se hoeft. Maar fietsen naar je werk valt er ook onder en je moet natuurlijk wel op je werk zijn, wat ook kan met de auto kan of het openbaar vervoer (linke soep), maar op de fiets of – ik noteer het in al die tijd dat ik columns schrijf voor het eerst! – met de benenwagen is beter, voor jezelf, en ook het milieu (daarover nu even niet).
Paar keer per week fiets ik langs een bakker die boven zijn etalage een bord heeft hangen waarop staat: Lekkere koeken. Hoe lang passeer ik die winkel al? Jaar of vijftien, denk ik. Soms ga ik er binnen, niet om koeken te kopen, maar een brood. Ik zie diverse koeken liggen, maar heb nog nooit gevraagd welke bedoeld worden met `lekkere koeken’. Ik eet ook niet vaak koek en ben er nooit mee bezig in mijn gedachten. Toch vind ik het aantrekkelijke reclame: Lekkere koeken. Komt door de simpelheid ervan.
“En dan nu de foto’s!” We gaan voor de televisie zitten en daar verschijnen de foto’s van de vakantie die we zojuist voor een groot deel besproken hebben. Een uur geleden zijn de vakantiegangers teruggekeerd. In dat uur hebben ze verteld hoe de vakantie was, mooie momenten, minder mooie momenten, geweldige adresjes die niemand kent, en hoe het beste terug te rijden. De geschenken zijn uitgereikt, locale producten, aardewerk, zeep, gedroogde bloemen in een jutezakje. En nu zien we dus de foto’s die bij de afgelopen weken horen.
Soms heb je herinneringen waarvan je denkt dat het jeugdherinneringen zijn, maar dat is helemaal niet zo. Ze zijn van later. Ik moet er natuurlijk wel bij zeggen dat ik niet precies weet hoe lang je jeugd duurt. Ik ben bijvoorbeeld in sommige opzichten nog niet volwassen en dat is iets waarmee ik niet bepaald wil koketteren. Maar goed, is iets voor een andere keer.
Graag herstel ik in de vroege ochtend in huis de wanorde die de vorige dag is ontstaan. Maakt niet uit door wiens toedoen. Gisterochtend ook. Er was bezoek geweest dat zich uitbundig had gemanifesteerd. De maaltijd voltrok zich aan tafel, maar lijkt na afloop toch een lopend buffet te zijn geweest. Overal bevinden zich restanten. Ik ruim de afwasmachine in, zet flessen in een tas voor de flessenbak en dat vind ik allemaal rustgevende handelingen.
Bij een vriend zie ik op tafel een uit de krant gescheurde pagina liggen waarop het speelschema staat van de eredivisie 2018/2019. Zo lees ik dat op 12 mei volgend jaar Vitesse tegen De Graafschap speelt en dat kan een leuke, felle wedstrijd zijn. Ooit schreef ik de belangrijke wedstrijden op in mijn agenda. Als Nijmeegs jongetje die van NEC. Soms mocht ik met mijn vader mee en dat waren altijd belevenissen die me bij bleven. NEC speelde toen ook al niet in de eredivisie. In welke divisie wel, weet ik niet meer.
“De regen viel tegen.” Dat zeiden mijn montere buurvrouw en ik tegen elkaar toen we gisteren onze huisdeuren geopend hadden om te kijken wat er met de wereld was gebeurd.
Het is inmiddels woensdag en ik dacht dat het wel uit mijn gedachten zou verdwijnen, maar dat doet het niet. Het zit er nog steeds, het fragment dat ik zondagavond in Zomergasten zag, gekozen door Louis van Gaal. Het waren een paar minuten uit een televisiespelletje uit 1960,Een kwartje per seconde, gepresenteerd door Lou van Burg. We hadden nog geen televisie, maar als dat wel het geval was geweest, hadden we er bij ons thuis vast allemaal voor gezeten.
Je denkt dat er onderhand alles gezegd is over het warme weer, maar dat is niet zo. Wat ik bijvoorbeeld niet wist, is dat het goed is voor onze innerlijke rust. Reden: je doet minder, dus minder stress. Het is onderzocht op het Erasmus MC in Rotterdam, dus is het waar. Je doet veel meer buiten en dat zijn vaak `leuke dingen’. Je bent sneller op zoek naar `een prettig gevoel’. Dat heb ik trouwens ook met slecht weer, maar het gaat nu over deze zomer die de hele tijd vergeleken wordt met de zomer van 1976. En dan stoort het me enorm dat ik me van die zomer weinig herinner.