Het was dinsdagavond, geloof ik, het Jaaroverzicht van het Journaal, vijf kwartier diepe duisternis, met af en toe een lichtpuntje. Ik probeer me die lichtpuntjes voor de geest te halen, maar kan alleen maar op een bijzonder vogeltje komen dat zelden in ons land te zien is, en waarvan ik de naam vergeten ben. Fanatieke vogelliefhebbers kwamen ogen tekort. Graag keek ik met ze mee. Klein goed voornemen: volgend jaar meer op vogeltjes letten. Maar nu wil nog steeds dat Jaaroverzicht niet uit mijn hoofd.
Eergisteren was ik gast in het nachtelijk radioprogramma Nooit Meer Slapen. Daarin zit een rubriek die Open Kaart heet. Dan moet je uit een kaartenbak vier kaarten trekken waarop vragen staan. De presentator van het programma weet niet welke vragen dat zijn en ze overvallen jou ook. Bijvoorbeeld: Waar schaamt u zich voor? Of een makkelijke: Wanneer wist u dat u het werk ging doen wat u nu doet? De vraag waar ik het langst over moest nadenken, hardop, want op de radio mag geen stilte vallen: Wie neemt u niet serieus?
De medewerkster van de apotheek zet mijn medicijnen klaar op de balie en neemt die met me door. Dat moet, geloof ik, want daar zijn kosten aan verbonden. Op het papier dat ze daarbij gebruikt, staan ook mijn persoonlijke gegevens. Adres, telefoonnummer en zo. Ze vraagt of ik die even wil controleren. Ik knik.
Vrijdag deed ik mijn inkopen voor de kerstdiners. Ik dacht dat ik klaar was, maar dat bleek zaterdag niet zo zijn. “Je moet echt nog wat kleine dingen halen.” Met die opdracht bezocht ik de markt, twee supermarkten en een, wat dan heet, speciaalzaak – een woord waaraan ik alleen maar denk, maar nooit wil uitspreken.
Nog twee dagen te gaan en ik heb nog steeds geen kerstgedachte die iets in me oproept. Ik ben opgegroeid met de algemene kerstgedachte Vrede Op Aarde, maar dat is geen gedachte meer, het zijn alleen nog maar mooie woorden.
Het liefst koop ik spullen die ik nodig heb of graag wil hebben, in een winkel en niet via internet. Niet omdat ik ouderwets wil doen, maar omdat ik het aantrekkelijker vind, zeker wanneer het gaat om dingen die aangenaam zijn zoals boeken, films en muziek. Kleren zou ik wel graag via internet bestellen, maar het kan dan zijn dat je ze moet terugbrengen omdat er iets mis is met de maat of kleur. Ik zie soms mensen met zo’n pakket op een postafgiftepunt en die ogen altijd teleurgesteld of getergd.
Als donker en dreigend nieuws dichtbij komt, lees ik graag kleine berichten over kleine kwesties. Ik negeer het grote nieuws niet, integendeel, het houdt me strak bij de les, maar de kleine kwesties hebben dan in hun eigenheid iets troostrijks. Normaal zou ik eroverheen lezen.
Het is te hopen dat iemand eens duidelijk uitlegt hoe het zit met de medicijnen tegen depressie. Is het probleem dat ze in veel gevallen niet helpen of worden ze te snel voorgeschreven?
Bij de ingang van Albert Heijn geeft een vriendelijk jongeman me een kaartje. Achter hem is een vrouw bij een grote bak in de weer. Haar kleding heeft hier en daar een kerstaccent. De jongeman vertelt me wat er op het kaartje staat. Of ik behalve mijn eigen boodschappen ook iets wil kopen voor de voedselbank. Dat kan ik geven aan de mevrouw bij de grote bak. Het gaat om houdbare producten. Op de voorkant van het kaartje is een lijstje daarvan afgedrukt. Deze actie vind ik een goed idee. Dat zeg ik ook tegen de jongeman. Hij steekt zijn duim omhoog.
Vanavond is Het Groot Dictee der Nederlandse Taal. A.F.Th. van der Heijden schreef het, dus het zal goed in elkaar zitten. Ik doe er niet aan mee, want ga naar een optreden van De Dijk. Dat hoort bij de rituelen die me naar het einde van het jaar sturen. De band speelt altijd in de tweede helft van december op in Paradiso. Dan weet ik zeker dat het jaar bijna voorbij is. Dat kun je ook aan de kalender zien natuurlijk, maar het is ook een gevoel, om het zo maar eens te zeggen.