In een rapport van de onderwijsinspectie staat dat het slecht gesteld is met de rekenvaardigheden van leerlingen in de onderbouw. Daar hangt ook een conclusie aan: dat ze later niet goed kunnen functioneren in de maatschappij. Over die conclusie denk ik al een tijdje na.
Paar weken geleden ging het over ufo’s die vijftig jaar geleden boven het Friese plaatsje Gorredijk waren gesignaleerd. Niet door één personen, nee, meer mensen. Herinner ik me niets van. In 1974 zat ik in een fase van mijn leven met waarschijnlijk weinig ruimte voor dat soort verschijnselen. Toch vind ik het wonderlijk, want als kind, zeker als ouder kind, kon ik in mijn bedje urenlang piekeren over buitenaards leven. Ik zeg `piekeren’ omdat ik verdwaalde in gedachten zonder dat ik daaruit kwam.
Bij het bericht van de dood van Joan Haanappel dacht ik meteen: legendarisch. Geloof zelfs dat ik het woord hardop uitsprak. Niemand van mijn generatie kent haar naam niet. Niet alleen mijn generatie, Lindsay van Zundert, kunstschaatsster van nu, spreekt vol liefde en bewondering over haar. De rol van Joan Haanappel in die wereld was groot. Graag hoorde ik haar praten, ook commentaar leveren bij wedstrijden, ze was altijd helder en streng, maakte niets mooier of beter dan het was.
Op de fitnessclub moet je altijd beginnen met een kwartiertje op de spinningfiets, een fiets waarop je nergens heen kunt, op een standaard. Warmdraaien. Staan er vier naast elkaar. Vaak zit mijn bevriende buurman naast me. Hij gaat harder dan ik. Heb geleerd dat niet erg te vinden. Hij voetbalt nog één of twee keer per week. Daar zit zijn voorsprong ook.
Kleine dingen kunnen grote dingen zijn. In De Volkskrant lees ik een interview met ex-minister Grapperhaus. Erboven staat dat hij Wilders ongeloofwaardig als minister-president vindt. Vind ik ook.
In de jaren vijftig werd er bij ons thuis nog vaak over de oorlog gesproken. Dat was overal zo. Misschien zeg ik het niet goed, maar het was altijd net alsof ze voorzichtig, beetje bedremmeld, naar woorden zochten, zeker wanneer het ging over dierbaren die niet waren `teruggekomen’.
Als ik een bericht krijg dat me eraan moet herinneren dat ik dan en dan bij de tandarts of mondhygiëniste moet zijn, staat er een QR-code bij. Met de opdracht die na binnenkomst te scannen. Dat apparaatje staat parmantig op de balie waarachter twee vrouwen zitten. Tegen hen zei je in een andere tijd, niet lang geleden, wie je was en waarvoor je kwam. Zij keken dat op een scherm na, meestal moest je iets herhalen, bijvoorbeeld je geboortedatum, en daarna kreeg je een compliment: “Helemaal goed.” Gevolgd door: “Neemt u daar maar plaats. Dan wordt u geroepen.”
Goed voor mijn humeur, die foto van een lachende postbode, gisteren in deze krant. In uniform ook nog, inclusief pet. Foto is uit 2012, ik dacht dat het uniform toen al lang was afgeschaft. Kan haast niet geloven dat het niet zo was, maar misschien had de postbode het vanwege zijn afscheid aangetrokken, want de foto is gemaakt op zijn laatste werkdag. Ik zeg nooit dat vroeger alles beter was, want dat was het in veel gevallen niet, niets is lang geleden, maar dit type postbode is wel uit een andere tijd. Zijn gezag was gemoedelijk.
Je denkt dat het niet waar is, je wilt dat graag denken, maar misschien is het toch waar of een beetje waar, maar wel waar genoeg: de formatie ligt min of meer even stil vanwege de voorjaarsvakantie. Ja, de informateur moet zich in alles verdiepen, maar die voorjaarsvakantie is niet onbelangrijk in de trage gang van zaken. En over een paar weken is het paasvakantie, niet zo lang daarna de meivakantie en daarna is het weer tijd voor de voorbereidingen op de zomervakantie. Het land wordt geobsedeerd door vakantie.
Aan het begin van deze eeuw ging ik met een collega (v) voor een radioprogramma van de VPRO naar evenementen waar we normaal nooit aan toekwamen. Daarvan deden we dan gul verslag. Ik noem Holiday on Ice. Of een Woonbeurs. En natuurlijk de Huishoudbeurs die vandaag weer openbloeit in de Amsterdamse Rai. Bezoekers komen uit het hele land, vaak in bussen.