Misschien was de naam al eerder bekend, maar voor mij was die nieuw, de naam van het onafhankelijk onderzoeksbureau dat zich ruim een jaar bezighield met het gedrag van mevrouw Arib: Bureau Hoffmann. Het buigt zich over integriteitkwesties en grensoverschrijdende handelingen. Onder méér, hun aandachtsgebied is ruim.
Al levenslang luister ik liever naar de radio dan dat ik televisie kijk. Als ik bijvoorbeeld een verslag hóór van een voetbalwedstrijd, heb ik het gevoel dat ik meer zie dan wanneer ik die op televisie volg. Komt doordat ik gespannen mijn best doe me taferelen en situaties voor te stellen. Je bent er meer mee bézig en ook anders.
“Dus U wilt zo snel mogelijk de hort op?” Moet even over deze vraag nadenken. Best een tijdje geleden dat ik het hoorde: de hort op. Wanneer deed ik dat voor het laatst, de hort op gaan? Zegt al genoeg dat ik me dat niet meteen herinner. Stoere woorden die voor een plezierige bezigheid staan. Als je de hort op gaat, is dat nooit een tragische gang van zaken.
Als iets vervelend is of storend of tegenvalt, probeer ik eerst te doen alsof dat niet zo is, tegen beter weten in. Gaat over apparatuur, materiaal dat je leven makkelijk moet maken, laat ik zeggen: technische kwesties.
Het café is overdag rustig, ’s avonds wordt het er vol met veel hard geluid en dan ben ik er nooit, want daar houd ik al levenslang niet van. Wel in de namiddag, meestal om te herstellen van alle kanten op spattend denkwerk: even de boel op een rijtje krijgen.
Veel mensen zeggen dat ze gezichten kunnen lezen. Dat is het woord: lezen. Dus zien wat er door iemand heen gaat of welke karaktereigenschappen prominent zijn. Ik geloof niet dat ik het kan, daarvoor heb ik me al te vaak in een ander vergist, en tegelijkertijd denk ik ook: linke soep. Neem het olijke hoofd van Jasper Rekers, gisteren ook in deze krant te zien. Was kandidaat -Kamerlid van de BBB, maar nu niet meer, en daar mogen we opgelucht over zijn.
Soms moet je iets kopen waarvan je niet weet hoe het heet. Je probeert het te omschrijven, maar dat doe je meestal niet effectief. Nu gaat het om een soort pleister, niet erg belangrijk, maar toch ook weer wel.
Altijd neem ik met genoegen kennis van onderzoeken waarvan het onduidelijk is waarom die zijn bedacht. Bijvoorbeeld naar een nieuw verschijnsel dat volgens mij helemaal geen nieuw verschijnsel is. Heeft een Engelse naam: treat culture. Je kunt het ook in het Nederlands zeggen: traktatiecultuur. Het betekent dat je jezelf beloont als je ergens je best voor hebt gedaan. Die beloning hoeft niet groot te zijn, meestal is het iets kleins.
Je kunt rustig zeggen dat onze autovrije straat langzamerhand enorm beroemd is. Paar keer per dag zijn er fotografen in het werk, vooral met bruidsparen, maar ik zie ook steeds vaker professionele modellen die bijvoorbeeld fascinerende kleding tonen. Ik ga die taferelen niet al te intens bestuderen, want dan komt er een vraag terug die dikwijls fel door mijn kindertijd flitste: “Heb ik iets van je áán?”
In zo’n beetje alle kranten las ik over het onderzoek naar het opgooien van een muntstuk. Een hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam is ermee aan de gang gegaan en gebleken is dat de kans niet fiftyfifty is. Gooi je met de kop boven dan is de kans groot dat het ook kop wordt, groter dan munt. De Amsterdamse hoogleraar stond niet alleen in zijn onderzoek. Het is wereldwijd gebeurd.