In de trein is het warmer dan buiten, wat misschien logisch is. Een man en een vrouw komen aan de andere kant van het gangpad zitten. De vrouw ziet eruit alsof ze ieder moment kan gaan volksdansen, de man heeft een te korte broek aan en een dun overhemd vol vrolijke ballonnen. Van zijn gezicht valt vooral een puik baardje op, goed verzorgd en parmantig van structuur. Waar hij die vandaan haalde, heb ik niet waargenomen, maar ineens plaatst hij een erg grote broodtrommel op zijn bovenbenen, een doorzichtige met een blauw deksel waarop het rode streepjes regent.
Natuurlijk, alle muziek die ik wil horen kan ik via spotify in huis krijgen. Toch ben ik nog steeds koper, niet alleen omdat er hier in de buurt een fantastische muziekwinkel is. Daar weten ze precies waar ik van houd, en op vrijdag of zaterdag komen liefhebbers aan een grote tafel midden in de winkel zitten om over muziek te praten en alles wat het leven mooi maakt.
`Nazomer’ vind ik een mooi woord. Ik ben nooit echt een liefhebber van de zomer geweest, hoewel dat dit jaar een beetje begon te veranderen, na het doornatte en kille begin, ik snakte naar warmte, meer licht en een andere geur dan die van natte jassen. Ik ergerde me eraan dat ik er zelfs over ging práten, over het weer dus, van die zeurderige kappersgesprekken. Ik houd het meest van de vroege herfst en de late lente, dagen vol poëzie en haast onbeschrijfelijke kleuren, maar een nazomer mag er ook zijn, met hier en daar herfstig goud in de hemel.
Trots kan me ontroeren, ook als het gaat om iets waarvan het ontzettend duidelijk is dat het een doodlopende gang van zaken wordt. Maar de trots is oprecht, er komt geloof aan te pas en bakken vol vertrouwen, maar toch, maar toch.
Is waar ook: ooit hadden succesvolle voetballers een sigarenwinkel. Jan Jongbloed ook, lees ik in de stukken die deze dagen verschenen. De doelman overleed eerder deze week. Toen ik dat hoorde, zag ik hem meteen voor me, hoorde zijn laconieke stem en herinnerde me ook zijn vrouw Dien, die destijds vaak op televisie te zien was, een hartelijke en geruststellende verschijning. In een boek dat over Jongbloed verscheen, zei hij over het hiernamaals dat hij daarover natuurlijk niets kon zeggen, maar als het er was, zou hij daar graag Dien `even tegen haar kont klappen’.
Misschien is het vreemd als je op opluchting zit te wáchten. Ik bedoel: dat je denkt, nee, verwacht dat je opgelucht bent, maar dat nog niet voelt. Opluchting moet je overkomen. Ik zit te lezen dat 10000 stappen per dag niet per se nodig zijn om niet te vroeg dood te gaan aan hart- en vaatziekten. 7126 stappen zijn al genoeg. Beetje erbij is natuurlijk ook prima, maar we moeten niet meer krampachtig aan die 10000 blijven hangen.
Een gevaarlijk moment kan ook een zekere schoonheid hebben. Ik steek de straat over, het verkeerslicht staat op groen en dan komt er een bestelbus de hoek om scheuren die me bijna van de sokken rijdt. Het is een grijze bus met daarop de naam JP Haarlem en daaronder: Nederlands netste meubelbezorgers. De kleine gebeurtenis voltrok zich in Nijmegen op de Graafseweg, de straat waar ik de eerste jaren van mijn leven doorbracht, en het had wel iets gehad als ik daar op een zonnige middag in augustus de boel ook afgesloten had.
De bel gaat als ik net een nieuw boek heb opengeslagen. De storing staat me niet aan, maar een van de vele speerpunten in mijn opvoeding was dat ik niet alleen aan mezelf mag denken. Dus doe ik open. Daar staat een vage kennis die niet voor niets een vage kennis is. Die zegt: “Ik was in de buurt, dus ik dacht…” En voordat ik er erg in heb, zit hij aan de keukentafel en begint over zichzelf te spreken. Dat duurt ongeveer een uur. Daarna gaat hij weer, misschien wel naar iemand anders om het daar een uur over zichzelf te hebben.
Station Utrecht Centraal, laat in de middag, ik sta naar het bord te kijken waarop te zien is hoe laat treinen vertrekken, en van sommige wordt gemeld dat ze niet vertrekken, in het Engels: canceled. Waarschijnlijk is de kwestie in het Engels efficiënter samen te vatten dan in het Nederlands. De mijne rijdt gelukkig, maar het is nog een halfuur wachten.
Ineens had ik zin een beetje uit de buurt te blijven van de steeds schraler stemmende berichtgeving over Pieter Omtzigt, Luis Rubiales, de voorzitter van de Spaanse voetbalbond (`Spaanse toestanden’), en Wopke Hoekstra en zijn raadselachtige promotie die meer dan we nu kunnen denken te maken heeft met van alles wat onze premier voor ogen staat wanneer hij de vaderlandse politiek tevreden vaarwel zegt en lachend Europa in gaat. Hoe het zit, kan ik natuurlijk niet weten, maar wat ik vaker zeg: soms weet je iets zonder dat je weet dat je het weet.