Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Advocaat

“U bent succesvol geïdentificeerd.” Niet niks als je die mededeling in een mail leest. Gisteren was het zover: er kwam een man langs die namens de bank kwam kijken of ik ben die ik zei te zijn. Totdat hij voor de deur stond, kon ik niet geloven dat het waar was.
Paar maanden geleden kreeg ik bericht van de bank dat ik me opnieuw moest identificeren. Vanwege nieuwe regelgeving. Dat moest via een app. Die app kreeg ik niet geïnstalleerd op mijn mobiel, wat meer aan het toestelletje dan aan mij lag. Misschien kwam het ook een beetje doordat ik me verzette tegen die app. Ik belde naar de bank op om dat te zeggen. Geen probleem, dan kwam er iemand langs die mijn paspoort controleerde.
De avond daarvoor kreeg ik een bericht waarin stond hoe laat de man (het was een man, zou ook een vrouw kunnen zijn) bij mij arriveerde, tussen 11 en 13 uur. Fotootje van de man erbij. Betrouwbaarder kan bijna niet.
Vreemd dat ik vooraf toch nerveus ben. De man bestudeert mijn paspoort, daarna mijn hoofd en zegt: “U maakt me toch niet wijs dat u de heer Verbogt bent?” Ik verzeker hem dat ik het wel ben, maar de man trekt zich daar niets van aan: “Dat kan iedereen wel zeggen.”
Zo ging het niet. Aardige, goedlachse man barstensvol superieure contactuele eigenschappen. Waarschijnlijk leert hij een cursus hoe hij moet omgaan met mensen die niet in staat zijn een app te installeren. Hij fotografeert soepel mijn paspoort. Terwijl hij dat doet, vraag ik of hij het druk heeft met mensen zoals ik. Hij knikt enthousiast, wijst naar de overkant en zegt: “Een advocaat.” 
Paar uur later krijg ik in een mail de vraag of ik zijn bezoek wil evalueren. Normaal doe ik niet mee aan die onzin, maar nu wel, opgelucht.