Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Appeltje

Extraatje. Op dat woord ben ik niet gesteld. Als iemand zegt dat je dat krijgt, ga je automatisch braaf knikken, terwijl je dat helemaal niet wilt, braaf knikken. Helemaal erg wordt het met de toevoeging: “Want dat heb je wel verdiend.”
De Miljoenennota komt er weer aan. Voordat de inkt daarvan droog is, weten we wat erin staat. Het kabinet gaat geen grote gebaren maken, begrijpen we, want dat kan niet door de coronacrisis. Ja, logisch, de coronacrisis! Vandaar kleine gebaren. Extraatjes dus. Zorgmedewerkers die dit jaar een bonus krijgen van 1000 euro, maar geen structurele loonsverhoging in een van de rijkste landen van de wereld, mogen volgend jaar rekenen op weer een bonus, maar nu iets minder (klein gebaar), 500 euro. Kan er niets aan doen, maar schaam me als ik dat lees. Vooral dus als je voor weinig geld keihard moet werken: “Hier 500 euro, want dat heb je wel verdiend.” 
Er zijn nog meer extraatjes! Bijvoorbeeld voor de kleine spaarder. Vind ik altijd zo’n zielige typering! Wie zegt dat van zichzelf: “Ik ben een kleine spaarder”? Natuurlijk weten we hoe het zit. Als je kleine spaarder bent, heb je op de bank `een appeltje voor de dorst’ staan. Wanneer iemand het heeft over een appeltje voor de dorst, ga ik graag een straatje om. 
Toen ik de uitdrukking voor het eerst hoorde, vond ik die gek. Een ver familielid was op bezoek, een oom met slappe krullen en hangwangen, en die had het er een paar keer over, met natte stem. Toen hij gelukkig weer weg was, vroeg ik mijn vader wat hij daarmee bedoelde. Mij vader zei hard en getergd: “Ja, die hebben we dus niet, appeltjes voor de dorst!” Natuurlijk geen helder antwoord, maar ik vond het oké. Mijn moeder lachte.